Het repair café in het dorpshuis in Paterswolde wordt een steeds groter succes. Initiator Reinier Wagenaar ziet steeds meer mensen op de derde dinsdag van de maand langskomen met de meest uiteenlopende reparaties. Van een step tot een Dvd-speler en van een gat in een blouse tot een klok.

‘Wij zijn om een uur begonnen en ik heb in drie kwartier twintig reparaties ingeschreven’, vertelt Riek Bremmers enthousiast. De mensen moeten zich middels briefjes namelijk inschrijven. Op die manier wordt er een soort administratie bijgehouden. ‘Wij zijn nergens bij aangesloten, wij hebben geen bestuur of een andere structuur. Vrijwilligers komen gewoon aanwaaien’, legt Wagenaar uit. ‘Alles gaat ook met gesloten beurs. Wel zo makkelijk.’
‘Ik heb net deze autopet laten repareren en dat is gelukt’, vertelt een van de bezoekers. ‘Het was klaar voor ik de koffie op had. Zeg er wel even bij dat het voor de kleinkinderen is.’ De reparateurs zijn onderverdeeld over drie tafels. Aan een tafel zit de klokkenspecialist de heer Sikkens. Een autoriteit op zijn gebied. ‘Ik ga even een half uurtje een boodschap doen, dan laat ik de klok hier’, zegt Piet Doedens die net klok brengt om te laten repareren. Sikkens zet een CD van Ede Staal op en binnen een mum van tijd loopt de klok weer. Wagenaar: ‘Mensen komen van heinde en ver om hun klok door hem te laten repareren.’
Aan de andere tafel zitten drie heren met allerhande gereedschap. ‘Vooral in het openmaken van de moderne apparaten gaat veel tijd inzitten,’ verzucht Paul, een van de reparateurs. ‘Wij krijgen vooral veel koffiemachines, dat is vaak lastig. ‘Ik kreeg net een Dvd-speler onder handen, de aandrijfband was kapot. Dan verijzen wij hen door, naar een hobbywinkel, want wij hebben hier geen reserveonderdelen,’ aldus een andere vrijwilliger.
Dat de klassieke rolverdeling tussen man en vrouw nog steeds onder de vrijwilligers van het repair café leeft, is duidelijk. Aan de derde tafel zitten vier vrouwen achter een naaimachine. Om kleine reparaties aan kleding te doen. Ook daar kan het druk zijn. ‘Het wordt steeds drukker, maar dat maakt het ook leuker,’ zegt Wagenaar. ‘We doen alleen geen fietsen. Anders is het onbegonnen werk.’