Op het landgoed Vosbergen lopen wekelijks mannen rond in groen tenue, met het opschrift KGS. Wie zijn dat en wat doen ze?

Even voorbij museum Vosbergen heb je, verscholen in het bos, twee gebouwen. In een van de onderkomens zitten deze prachtige najaarsochtend elf mensen, ze zijn allen vrijwilligers van Kraus- Groeneveld Stichting. Zoals bekend beheerde de familie Kraus Groeneveld het landgoed en de stichting heeft deze taak overgenomen. Wekelijks zijn ze in de weer voor het onderhoud van het prachtige landgoed. Elke maandag van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat, het hele jaar door. ‘Elk jaargetijde is er werk’, legt rentmeester Harm Katoele uit tijdens de koffiepauze. ‘Soms heb je te maken met een storm en dat betekent extra werk. Dan moeten ook de omgevallen bomen weggehaald worden. We maken ook sowieso rondjes door het gebied uit veiligheidsoverwegingen. Dode takken bijvoorbeeld halen we weg, zodat ze niet op wandelaars vallen. Naast onderhoud planten we nieuwe bomen. Ook Vosbergen heeft te maken met extreme droogte. Die geplante bomen moeten voorzien worden van water. Soms is er een boomstam over, waar een bankje van gemaakt wordt of een bruggetje.’ Aan bankjes geen gebrek in Vosbergen. Bijhorende afvalbakken ontbreken. Katoele daarover. ‘Ons beleid is om ze juist niet te plaatsen. In het verleden zaten die bakken altijd overvol en lag de rommel ernaast. De bedoeling is dat mensen hun spullen mee naar huis te nemen. Deze methode werkt. Je komt weinig zwerfafval tegen.’

Boomgaard

‘In de verwaarloosde boomgaard zijn we twee jaar geleden begonnen met snoeien en afgelopen voorjaar nog een keer’, vertelt Katoele verder. ‘Het heeft dit jaar een enorme opbrengst aan appels opgeleverd, waar biologisch appelsap van gemaakt is. De drie poelen in het gebied hebben we opgeschoond. De droogte speelt in de Vosbergen een rol. Er wordt onderzoek gedaan om het water langer vast te houden, zodat het minder snel verdroogt.’

De elf harde werkers vinden het werk in de natuur prachtig. Sinds kort heeft de stichting versterking gekregen. Twee nieuwe vrijwilligers gaan aan de slag in de hooilanden. Met behulp van Dexter koeien. ‘Dat is een Iers ras. Het doel zijn bloemrijke hooilanden. Pitrus verdringt het gras. Deze koeien eten Pitrus. Het is een experiment. Naast pitrus is het verwijderen van overwoekerende planten zoals bramen en Japanse duizendpoot een belangrijke klus. Voor het bestrijden hebben we varkens geprobeerd, maar dat was nog niet de oplossing, omdat we een ander soort varken moeten hebben.’

Natuurontwikkeling

In de polders wordt door Prolander (uitvoeringsorganisatie namens de provincie Groningen en Drenthe) ook gewerkt aan een natuurontwikkelingsproject. ‘We willen voorkomen dat een polder als Lappenvoort dichtgroeit met riet tot aan de landgoederenzone. Daarbij blijft het oude cultuurlandschap met fauna en florarijke grasland behouden’  De insteek van de stichting is om het landgoed zo te houden of te verbeteren. Dat is nu al zichtbaar. Mevrouw Kraus Groeneveld was altijd bezig met uitbreiding van het landgoed door aankoop van stukken grond. Dat houden we in stand. We hebben er 3 hectare bij gekocht, een stuk land tegenover het vliegveld. De weilanden in de polder worden door de hogere waterstand  minder bruikbaar. Als compensatie hebben we de 3 hectare gekocht. In plaats van maisland willen we er een kruidenrijk grasland van maken.’

Voor alle werkzaamheden (die de mannen zelf doen) is gereedschap nodig. Pronkstuk in de collectie is een oldtimer trekker, afkomstig van de vroegere garage Krijthe. Deze tractor maakt overuren. De mannen showen even de oldtimer. Het gebouw is ook uit ‘oldtime’, maar minder stabiel dan de trekker. Het gebouw stamt uit 1951 en is af. Het is te zien. Delen van het plafond zijn los, de kozijnen zijn verrot. Het is een belangrijk gebouw. Verschillende organisaties maken er gebruik van, zoals studenten van Universiteit Groningen (die samenwerken met de universiteit van Bielefeld), maar het is ook een vaste plek van IVN. ‘Nieuwbouw is nodig’, vindt Katoele. Het nieuwe onderkomen zal verrijzen op de plek van de schuur. ‘Het idee is om te integreren met de tuin van het museum. Je zou kunnen denken aan concerten of verhalenvertellers in de tuin. En een groter accent leggen op natuureducatie. Idee is natuurwandelingen met een bepaald thema, winterwandelingen en vogelgeluiden herkennen.. Gidsen kunnen historisch getinte rondleidingen geven aan bijvoorbeeld bedrijven. Er is inmiddels een bouwplan ingediend bij de gemeente. De naam is ook al bekend: Natuurhuis, bedoeld voor onderzoek, beheer en educatie van natuur. De coronatijd is goed geweest. Je ziet sindsdien meer gezinnen. Kinderen krijgen een band met de natuur en dat is alleen maar goed met het oog op de toekomst.’

Foto: de groep vrijwilligers: Harm Katoele, Kees Toppen, Erik Adema, Andries Bazuin, Frans Duijm, Jan Polling, Gerrit Wolters, afwezig en niet op de foto: Harry Wolters, Onno Kloet, Botte Schotanus en Sander van Baalen.