Tijdens de raadvergadering van afgelopen dinsdag werd duidelijk dat de boeren acties op stapel hadden staan. Waar in eerste instantie Groningen Airport Eelde (GAE) de dans nog ontsprong, was het nu wel hun beurt. Op woensdagmorgen, even over negen, reden meer dan een dozijn tractoren het terrein van het vliegveld op. Drie machines werden voor de ingang van de aankomst- en vertrekhal geplaatst. Symbolisch, want er stonden geen vluchten voor die dag gepland.

Burgemeester Marcel Thijsen was ook van de partij en liet weten dat deze actie in goed overleg is gegaan met de boeren. ‘Ik snap wel waarom de boeren protesteren,’ legt de eerste burger van Tynaarlo uit. ‘Zij hebben het recht dit te doen, maar wel op een zo ordentelijk mogelijke manier. En dat is dit.’

Piratenmuziek

Een grote aanhanger werd leeggehaald, daar kwamen barkrukken, een tafel, een koffiezetapparaat en eieren uit tevoorschijn. De boeren waren duidelijk van plan hier een dagje van te maken. ‘De barbecue komst straks,’ riep een van de demonstranten. De burgemeester vroeg aan een van de boeren of het vlees op de barbecue wel biologisch was. ‘Nee, daar komen wij niet aan.’ Uit de boxen galmde piratenmuziek en er werd koffie gedronken. Het was vooral gemoedelijk.

Niet op de landingsbaan

Die gemoedelijk sfeer bleek nog niet op de avond ervoor. Thijsen werd regelmatig weggeroepen uit de raadsvergadering en na een reces moest vicevoorzitter Anneke Lubbers zelfs de hamer overnemen. Thijsen moest ‘de driehoek in’. Overleg met de nooddiensten. Er was zelfs sprake van 1000 boeren en dat men de landingsbaan wilden bezetten. Om op alles voorbereid te zijn, vroeg de politie toestemming aan de burgemeester om eventueel, indien nodig, geweld te mogen gaan gebruiken. De volgende ochtend bleek dat allerminst nodig. ‘Als de landingsbaan bezet wordt, dan moet het vliegveld dicht,’ legde Thijsen uit. ‘Dan kan de traumahelikopter niet meer ingezet worden en kunnen orgaanvluchten niet meer landen. Daar ligt de grens.’

Mopperende boer

Boerenprotesten waren er al eerder, net als nu ook steeds aangevoerd vanuit het noorden en oosten van het land. Zo wordt in de crisisjaren ’30 van de vorige eeuw vanuit het Maas en Waalse Puiflijk de landelijke politiek flink opgeschud door boer en boomkweker Alphons Bouwman. Vanuit het rivierenland bouwt hij met felle redevoeringen een grote aanhang op: eind 1935 heeft de Actie Bouwman 110 afdelingen met 20.000 aanhangers. De boerenwoede – ze vinden dat ze niet gehoord en gewaardeerd worden, net als de boeren anno 2019 – uit zich onder meer tijdens een boerenlanddag in het Achterhoekse Kilder, waar zo’n 700 boeren op afkomen.

De nochtans felste boerenopstand is in 1971 in het Twentse Tubbergen. Met brandbommen en een giertank voeren de boeren een veldslag tegen de politie, uit protest tegen de dreigende ruilverkaveling. Het gebeurt op 21 december: het dorp verandert die dag in een vesting met dranghekken, politie op kruispunten, pelotons mobiele eenheid en prikkeldraadversperringen. Een dag later wordt de balans opgemaakt: twaalf gewonden, een neergestoken politieman, brandbommen tegen het huis van de burgemeester, opgebroken stoepen, kapotte straatlampen en een gemeentehuis waarvan geen raam meer heel is.

Koekoek

Het is na de opkomst van Hendrik Koekoek, de in 1987 in Bennekom overleden  boer die in 1958 samen met enkele anderen de Boerenpartij opricht.  Als lijsttrekker in 1963 kreeg hij de partij de Tweede Kamer in, in 1967 haalde zijn partij liefst zeven zetels en werd het een partij om rekening mee te houden. Zijn belangrijkste item: verzet tegen een te grote overheidsbemoeienis met de landbouwsector. ‘Maar dat was van voorbijgaande aard’, stelt Klep. ‘Er waren wel protesten, maar die werden opgelost met veel subsidies voor boeren.’ Die onvrede over die bemoeienis is wel een terugkerend item onder de boeren. In 2002 zijn er rellen in Kootwijkerbroek tijdens de mond- en klauwzeercrisis, in 2009 blokkeren tractoren de straten wegens een te lage melkprijs, terwijl ze een jaar eerder uit protest al melk hebben laten weglopen om dezelfde reden.

Steeds is het verhaal: de boeren voelen zich belemmerd in hun mogelijkheden om te kunnen ondernemen. En dan komt er nu ‘ineens’ het stikstofprobleem om de hoek kijken, vinden ze. Zo ‘ineens’ is dat niet. Al in de jaren negentig van de vorige eeuw was er een commissie van deskundigen die aandacht vroeg voor ‘het stikstofprobleem in de landbouw’. ‘De regering werd geadviseerd strenge normen in te voeren. De natuurbeschermers pleiten voor inkrimping van de veestapel’, schreef De Volkskrant destijds.

Varkens en kippen

De toenmalige milieuminister Hans Alders pleitte voor een reductie van stikstof en fosfaat van 50 procent, en die moest vooral van de landbouw komen. De milieubeweging pleitte voor een inkrimping van de intensieve veehouderij van varkens en kippen, een rechtstreekse parallel met het pleidooi van D66-Kamerlid Tjeerd de Groot anno nu. Maar: ‘De boerenlobby is altijd sterk geweest,’ stelt hoogleraar Paul Klep, die het ‘wonderlijk’ noemt dat er nog altijd een ministerie van landbouw is, ‘terwijl het eigenlijk nog maar gaat over een beperkt aantal bedrijven. Maar de boerenbonden en de boerenleenbank, de Rabobank, hebben altijd een grote rol gespeeld.’ Die stuurden de boer in de richting van steeds groter wordende ondernemingen, waardoor de kleine boer goeddeels is verdwenen. Boeren en banken wisten al geruime tijd dat er problemen speelden met de uitstoot, ‘maar nu ineens wordt de klimaatkaart veel steviger gespeeld. Dat was tot nog toe niet zo.’ Het leidde tot de grootste boerenprotesten in de geschiedenis. ‘De enige vergelijking met vroeger is het protest zelf. Maar dit is een andere groep. Niet weinig boeren zijn miljonair, ze hebben meer dan 50 hectare grond. Dan kun je verwachten dat er forse weerstand komt.’ Dat er over tien jaar een stuk minder boeren over zijn, lijkt Klep onvermijdelijk. Maar zo’n sanering van de landbouw hoeft niet tot nog meer protest te leiden.

‘Je kunt veel regelen hoor, als je maar centen hebt. Dit gaat een keer zoveel miljard kosten en zal vervolgens ingrijpend zijn voor de boerenstand. Maar het protest zal geleidelijk weer verdwijnen. Ik denk dat er wel een halve generatie boeren overheen gaat eer deze plooien weer zijn gladgestreken.’