‘Waar blijft die ouderwetse winter?’, zong Gerard Cox jaren geleden. Dat vragen we ons nu ook af. Het werd immers aangekondigd. Van winter is geen sprake. Het wordt vaak gezegd, echte winters komen niet terug. Maar is het werkelijk zo? De Elfstedentocht zou ook nooit meer gehouden worden, maar in de jaren tachtig was het toch weer een feit. Winters van toen en nu. Nico Harms herinnert zich het een en ander.

Wanneer we het hebben over zachte winters zoals nu, dan kan Harms toch een vergelijkbare situatie maken. ‘Vroeger had je overal sloten in de landerijen. Ik had een klompje met een zeil in het water gelaten en gleed er zelf bij in. Het was in het algemeen net zo nat als nu. Ik heb het idee dat de winters wel verschuiven. Vorig jaar konden we ook pas laat op het ijs.’ Mensen waagden zich zelfs op het meer. Maar ook Harms kan het niet ontkennen: ‘er zijn niet zulke strenge, lange winters meer. ‘Dat je de deur niet uit kon, omdat er zoveel sneeuw lag. Dat is de laatste zes jaar niet gebeurd.’ Je herinnert je altijd de extreme jaren. En dat is niet alleen het jaar 1963, die vaak genoemd (tevens Elfstedentochtjaar) wordt. Volgens het boek ´Bar en Boos´ was dit één van de strengste winters sinds 1700. Al begin jaren zestig was het raak met barre winters. ‘In februari was het -22. Bussen reden wel, maar hadden sneeuwschuivers mee. Maar omdat het steeds erger werd kon je niet met de bus terug.’ Je had in de zestiger jaren een aantal strenge winters, waaronder dus die van 1963. Het leek eerst een kwakkelwinter te worden, schrijft het boek. Het werd dik winter, die tot april duurde. Na een ijzige Kerst viel de dooi op 5 januari in, waarbij dikke mist ontstond. De winter sloeg keihard terug en het kwam tot temperaturen van -20. Schepen kwamen vast te zitten in het drijfijs. In een dorp in Groningen brandde het huis van de brandweercommandant af, omdat de spuit bevroren was. Nico Harms kan erover meepraten. ‘Het vroor in huis zo hard dat de spoelbak van de wc was dichtgevroren. De kachel kon er niet tegen stoken. Het ledikant stond zelfs in de kamer, boven bevroor je. De toenmalige ESA-bus die naar Appelscha reed, moest over het land rijden, want de lagergelegen wegen waren helemaal dicht gesneeuwd. Militairen hebben de bus nog uitgegraven.’ Na 1965 was het milder met winters.

Ook in jaren vijftig

In de jaren vijftig had je ook van die winters. ‘Ik werkte toen bij een slager en ging met een bakfiets op pad. Ook in die winter kwam je vast te zitten in de sneeuw.’ Harms gaat nog verder terug in de tijd. Volgens Bar en Boos kon de winter van 1963 alleen geëvenaard worden door 1929 en de jaren veertig (1940, 1942 en 1947 worden genoemd). ‘In 1943 was ik vijf jaar en we woonden toen aan de Weenakkerweg. Ook toen duurde de winter lang. De wegen waren onbegaanbaar en het vroor dat het kraakte. De bloemen stonden op de ramen en gingen nooit meer weg.’ We springen naar de zeventiger jaren. ‘In mijn beleving was er toen niet zoveel sneeuw. Wel ijzel. Op een gegeven moment werd het dooi en daarna ging het weer vriezen.’ Van de laatste periodes kan Harms zich nog het jaar 1999 herinneren. Hij toont een foto van een besneeuwd landschap aan de Veenweg. Dat was ook in 1997 het geval. En daarna…Recent kunnen we 2012 nog noteren, toen het op 4 februari 23 graden vroor! Een uitzondering in de over het algemeen minder helse winters. We hebben het jaar 1979 nog niet genoemd. Zijn beleving hierover is verrassend. ‘Dat jaar zit niet zo in mijn geheugen’, moet Harms bekennen. We helpen hem herinneren. Het Noorden was helemaal van de buitenwereld afgesneden. Sneeuwjachten maakten duinen, die tot de daken van huizen reikten. Het hele leven lag plat. Eenmaal dit verteld komen de herinneringen boven. ‘Volgens mij zullen we zulke strenge winters nooit meer beleven.’ Gelukkig hebben we de foto’s nog en de verhalen, die, wanneer de trend van zachtere winters zich doorzet, steeds unieker worden.

De foto’s, die we gebruiken ter illustratie van het verhaal over winterse maanden zijn gemaakt tijdens de Winter van 1968-69. Het zijn beelden uit een serie, die Ab Odding ooit maakte en waarvan er destijds eentje de krant, lees Dorpsklanken, haalde. Misschien kunt U zich de foto van de Hooiweg vanaf de Novastraat kijkend in noordelijke richting nog herinneren. Links stonden twee keuterboerderijtjes van Boerema en Jager en de Helmerdijk was nog een lange recht toe recht aan weg. Enfin, deze beelden zijn ook op die dag gemaakt en wel aan de Bähler-Boermalaan/Vosbergerlaan, de Novastraat en langs de Paterswolder schipsloot/Meerweg. De situatie op foto 1 is nagenoeg niet veranderd, op foto 2 is de boerderij van Woldendorp, rechts nog net te zien, kort daarna afgebroken en werd hier een nieuw huis gebouwd, waar de familie Vries en later de familie Nijdam woonden. De meisjes op de slee zijn de oudste dochters van onze oud-hoofdredacteur, Wilma en José. Op foto 3 zien we links nog de oude Rietschans en was er langs de schipsloot beduidend minder begroeiing, waardoor er bij strenge vorst volop geschaatst kon worden. Dat gebeurt nu, ook wanneer het eens streng vriest nooit meer, omdat de sloot over geleverd is aan de natuur.