‘Het is verschrikkelijk ‘. Het zijn geluiden uit het dorp over onze nieuwe inwoners, de vluchtelingen. Na gesprekken met omwonenden krijg je toch een ander beeld. En die is vooral positief. Ook al is het een momentopname.

Donderdagmorgen. Een grijze, kille dag. Aan de Bähler Boermaweg zien we een man met twee kinderen lopen, keurig over het voetpad. Verderop een ander persoon, maar hij heeft op zich niks te maken met het AZC. De man heeft een boekje van Veilig Verkeer Nederland bij zich.  ‘Normaal geven we fietsles aan vluchtelingen, maar door de corona kan het nu niet. Vandaar een theoretisch boekje. ‘ Toevallig komt een jongetje op de fiets aanrijden. Hoewel het kind zijn rijwiel machtig is, draait hij alle kanten op. Als we hem groeten zegt hij ‘hallo’ terug. Twee oudere jongens lopen voor het voormalig historisch centrum langs. Eentje spuugt in het gras. Wat vinden de omwonenden van de nieuwe buren?  ‘Het is een beetje drukker in de straat ‘, zegt een buurtbewoner.  ‘Je hoort kinderen spelen, dat is toch leuk? We hebben er geen last van. Wel hadden we van te voren zorgen, over het grote aantal. Met zoveel mensen in het gebouw. We zouden het prettiger vinden als ze het ruimer hadden gehad. Dat hebben we ook aangegeven, maar er is niet naar ons geluisterd. Maar verder is het prima. Er is tot nu toe niks aan de hand. ‘ Bij het volgende huis kan de eigenaar kort zijn over de nieuwelingen:  ‘prima, geen last. ‘ Vervolgens een man die meer te vertellen heeft. Brian Blackman is van origine Engels.  ‘Het loopt wat heen en weer ‘, beschrijft hij in het Nederlands met accent.  ‘Dat hele families naar de Albert Heijn gaan is een beetje gek. Aan de andere kant: er is niks te doen, daarom gaan ze maar naar de supermarkt. En ik zie kinderen fietsen bij de gevaarlijke weg. Dat vind ik niet zo’n goed idee. De moeder die ik daarop aansprak zei dat ze het aan haar man zou vertellen. Sinds die tijd gaat het goed. We hebben geen overlast. Tenminste niet van de vluchtelingen. Je ziet wel jongeren bij de fietsenstalling van het dorpshuis, die ze gebruiken als hangplek. Maar dat zijn volgens mij geen vluchtelingen ‘, zegt Blackman, die eraan toevoegt daar ook geen overlast van te ondervinden. En heeft nog een positief punt.  ‘Er zijn jongens bij die met zo’n knipwerktuig afval opruimen. ‘ Enig minpuntje is dat Blackman niks gehoord heeft hoeveel mensen er zouden komen.  ‘Ik heb geen bericht gehad. Al kan ik een mail over het hoofd hebben gezien. ‘ Harry Snuk woont ook in het buurtje.  ‘Deze mensen zijn niet veel buiten. Onze angst blijft geluidsoverlast. Je hebt er 66 kinderen, die zullen bij mooi weer buiten zijn en gaan brullen. Op dit moment is daar geen sprake van, om vijf uur is het donker en zitten ze binnen ‘, vertelt Snuk die nog wel ander aspect aangeeft:  ‘we hebben nog geen bericht over de uitgestelde hoorzitting gehad.‘

Mailadres

Op naar het wat aftandse kantoortje van COA. Achter het coronaplastic bevinden zich drie personen. Eentje heeft bij zijn computer een leesboek liggen. Voor vragen moeten we bij Rob Bulthuis zijn, maar die is niet aanwezig. We krijgen slechts een mailadres mee. Oh ja, en een foto op het terrein mag niet, dat krijgen we ook mee. Wanneer we op het punt staan te vertrekken, komt er een man aanlopen, vergezeld door zijn dochtertje. De man wil best praten. Hij noemt zelfs zijn naam, maar dat laten we maar achterwege. Hij is heel openhartig.  ‘Mijn eerste indruk? ‘ Voor het Engelse woord ‘impression’ moet hij even de vertaling op zijn telefoon raadplegen. Hoewel hij best goed Engels spreekt.  ‘Het is hier beter dan in het kamp in ‘Naimegen’. Daar had je geen privacy. Maar we hebben hier wel een klein huisje, voor vier personen. Maar de omgeving is goed. Er is een busstation, de Albert Heijn zit er. En de Jumbo is niet ver weg ‘, weet de man uit Afghanistan, die tien jaar heeft gewerkt op het ‘Minstery of Education’. Ik werkte voor veel vrouwen, maar dat mag niet van de Taliban. ‘ En maakt vervolgens een steekbeweging. Het valt hem op dat de Nederlanders meer Engels spreken dan andere Europeanen. Ons land kende hij van de verhalen van een vriend.  ‘Nederland staat bekend om de koeien en daarbij de distributie van melk. En het is een bloemenland. ‘ We wijzen hem op het Eelder Bloemencorso, waar de ogen groter van worden. Dat hij voor het voormalig historisch centrum van Ol Eel staat is ook nieuw voor hem. Hij vraagt geïnteresseerd of de vereniging alleen voor leden is of toegankelijk voor iedereen. De Afghaan wijst op de bomen, die kaal zijn. Hij kijkt uit naar het voorjaar als de kou voorbij is en alles in bloei komt.  ‘Ik houd van bloemen. ‘ Wat dat betreft is de Afghaan op een uitermate geschikte woonplek belandt…daar waar het corso haar oorsprong heeft. Wanneer de praalwagens weer mogen rijden zullen zijn ogen nog groter worden. Voorlopig is het winter en blijven de meeste Afghanen, die warmer weer gewend zijn, binnen. Wordt ongetwijfeld vervolgd.