Oud-schaatser en schaatscoach Gerard Kemkers (1967) is vooral bekend van zijn successen met de TVM schaatsploeg. Hij stuwde schaatsers als Sven Kramer, Jochem Uytdehaage en Ireen Wüst naar grote hoogten. Met menig Olympische medaille als resultaat. Als schaatser stond Kemkers een beetje in de schaduw van zijn tijdgenoot Leo Visser. Op de Olympische Spelen van 1988 in Calgary behaalde hij brons op de 5000 meter. Zijn actieve schaatscarrière moest hij voortijdig stoppen door een mysterieuze zwabbervoet. Momenteel is Kemkers directeur van TalentNED. Een topsportprogramma voor jong talent op het gebied van schaatsen, mountainbiken en dames wegwielrennen.

Na zijn periode bij de TVM schaatsploeg ging de coach aan de slag in een andere tak van sport. Hij was van het einde van 2014 tot halverwege 2018 in dienst van FC Groningen. Kemkers werd manager van een topsportzorgcentrum en begon tegelijkertijd als manager topsport en talentontwikkeling. De voetbalclub bleek nog niet helemaal te zijn ingericht op de manier van werken van de topcoach. Wat een voortijdig afscheid als gevolg had. ‘FC Groningen en ik bleken nog geen match,’ legt hij uit. ‘Met de nadruk op nog. Het kwam voor het voetbal te vroeg, maar ik heb een mooie tijd gehad bij de FC en er veel vrienden aan over gehouden.’ Samen met een zakenpartner startte hij zijn talentenfabriek in Enschede. ‘Daar bieden wij het hele topsportplaatje waar talentontwikkeling voorop staat,’ vertelt Kemkers. ‘Wij hebben nu 22 talenten onder dak in de leeftijd van 17 tot 20 jaar.’

‘Voetbal heeft mij altijd getrokken, tot mijn zestiende heb ik in combinatie met schaatsen gewoon bij Actief gevoetbald,’ lacht Kemkers. ‘Ik merk wel dat voetbal in beweging is en het moet ook stappen gaan maken in allerlei facetten van de topsportomgeving.’ Hij vindt veel, maar onder andere ook dat de betaald voetbalclubs talent te vroeg bij de amateurverenigingen oppikt. Kemkers: ‘Maar ik snap het wel. Amateurverenigingen draaien op vrijwilligers, maar als coach zou je eigenlijk gewoon papieren moeten hebben. Je zet ook geen vrijwilliger voor een schoolklas. Het moet wel pedagogisch en methodisch verantwoord zijn.’ Voor het talent op weg naar de eredivisie denkt hij dat er een oplossing ligt in het regionaal aanwijzen van amateurverenigingen met professionele coaches en begeleiders. ‘Coachen is een vak,’ besluit hij.

Kemkers is blij met zijn nieuwe functie. ‘Ik heb bewust gekozen om niet meer als coach bij een schaatsploeg aan de slag te gaan,’ legt hij uit. ‘Dat trok wel een beetje een wissel op mijn persoonlijke leven.’ Maar uiteraard volgt hij het schaatsen nog op de voet. Helemaal nu het een olympisch jaar is. ‘Op elke afstand hebben wij kans om goud te halen,’ denkt Kemkers. ‘Schaatsen is echt onze sport en Nederland is toonaangevend. Maar er is in China meer concurrentie van andere landen dan de afgelopen edities. Dus spannend wordt het wel.’ Hij zegt dat het de sport alleen maar mooier maakt, goede concurrentie. ‘Het is wel echt een andere sport geworden dan het in mijn tijd was,’ legt hij uit. ‘De romantiek is wel een beetje verdwenen. De buitenbanen, de sneeuw en de wind. De sport is misschien ook wel een beetje te clean geworden.’ Daarom probeert Kemkers zijn talenten wel iets van de romantiek mee te geven. ‘Ik probeer de wortels van het schaatsen wel bij te brengen. Innovatie en vooruitgang zijn belangrijk, maar in het verleden zijn er ook goede dingen geweest. Een beetje tegenwind op zijn tijd kan geen kwaad.’

Kemkers verwacht een spannende olympische strijd op de baan van Beijing. ‘Zoals gezegd er is veel concurrentie. Dat maakt het mooi. Dat maakt sport mooi om naar te kijken,’ vertelt hij. ‘Nu er op de tien kilometer meer concurrentie is, maakt dat deze afstand ook weer leuk. Er kunnen er wel zes schaatsers winnen.’

Foto: Gerard Kemkers