Het zal zo’n jaar of tien geleden zijn geweest dat mijn vriendin opperde: ‘Ik wil eigenlijk wel een hondje’.
Nu waren we al in het bezit van twee katten, dus nog een huisdier erbij? Het zorgde voor nogal wat discussie in huize Stoffers en als waren wij Sigrid Kaag versus Geert Wilders, zo debatteerden mijn vriendin en ik over dit onderwerp.
Om tot een compromis te komen: We namen een hond, maar wel eentje die ik mooi vond: Een Duitse herder.  Schitterende beesten vind ik dat met hun schrandere koppies en grote, rechtopstaande oren! Via een advertentie op marktplaats vonden we een jong stel wat van hun herder afwilde.
Onder het genot van een kopje koffie vertelden ze te willen verhuizen. In hun nieuwe, kleinere behuizing was geen plaats meer voor hun huisdier, de herder zelf keek mij al met zijn bruine ogen aan en kwam kwispelend naar me toe, de koop was snel gesloten! Tot ik thuis kwam met het beest, een groot pak Bonzo en een hondenmand hadden we als relatiegeschenk meegekregen.
De kinderen waren natuurlijk nog wat jonger, maar waren meteen gek met het beestje.
Meteen stelde ik een soort van rooster op met betrekking tot het uitlaten, ik zag het mezelf al drie keer daags doen bij gebrek aan belangstelling, doch was dit een harde eis in mijn onderhandelingen thuis: ‘Ik laat de herder niet constant uit, dat doen we met elkaar! Échter, diezelfde avond al kwam ik terug in de realiteit, of het nu speelsheid was, even dollen óf dat dit de werkelijke reden was dat het jonge gezin van hun huisdier afwilde, compleet met toebehoren als voer en mand, de hond beet onze jongste zoon, een jaar of zeven toen. Het ventje schrok natuurlijk ontzettend, ikzelf ook! Nadat diezelfde avond de herder ook even zijn tanden in mijn pols zette, al beet hij niet echt door, was ik er meteen klaar mee!
Weg ermee, zo sprak ik resoluut, in mijn gedachten zag ik al in ons tweeverdieners-gezin dat wij na het werk thuis kwamen en onze kinderen zwaar gewond zagen liggen, de hond er kwispelend naast. In mijn hoofd speelde het liedje ‘dodenrit’ van Drs. P.
Het kon natuurlijk honderd keer goed gaan, doch ik vertrouwde het niet, de herder is via het asiel op een boerderij terecht gekomen als waakhond, daar kwam de herder ook beter tot zijn recht!
Doch mijn vriendin was onvermurwbaar, er moest en zou wederom een hondje komen. Ditmaal van een iets minder groot ras en ietwat minder vervaarlijk? zo opperde ze. Een paar weken later kregen we Sandor, een kruising tussen een Friese stabij en een Berner Sennen, een puppy, dus we konden dit hondje zelf enige huishoudelijke regels bijbrengen, waarvan er eentje luidde: Gezinsleden worden niet aangevallen!
Inmiddels zijn we een jaar of acht verder, het uitlaten is nog steeds ‘ingeroosterd’, echter: beide oudste jongens zijn het huis al uit, hun ‘uitlaatbeurt’ komt nu (vanzelfsprekend) op het conto van Uw columnist.
Wat ik op zich niet zo’n groot probleem vind, vooral niet in de weekenden wanneer mijn wandelingen vaak iets verder gaan dan het gebruikelijke ‘straatje om’, ik vaak even richting Vosbergen loop, even ontspannen mijn hoofd leegmaken na een werkweek, zo zie ik deze wandelingen, pure ontspanning!
Zo liep ik het afgelopen weekend langs de nieuwe hondenspeelplaats bij de Baggelwieken, keek hier even goedkeurend rond, mijn blik kruiste die van onze Sandor, die mij aankeek en waarschijnlijk hetzelfde dacht als zijn baasje: Wat een schitterend initiatief!