De overheid heeft tal van steunpakketten beloofd voor ondernemers, om de financiële gevolgen van de crisis te verzachten. Voor inwoners die hiermee nog niet voldoende geholpen zijn, bestaat sinds februari 2021 de Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten, oftewel de TONK. Om aanspraak te maken op de TONK moet je dus een verlies in inkomen hebben. De Drentse gemeenten gaan daar verschillend mee om, toont RTV Drenthe in cijfers.

Na een oproep van de minister om soepeler om te gaan met de regeling, gaven bijna alle gemeenten daar gehoor aan. Maar Hoogeveen, De Wolden, Westerveld en Borger-Odoorn eisen nog steeds die 30 procent inkomensverlies, terwijl dit in Aa en Hunze en Assen gesteld is op 20 procent. De andere gemeenten zitten daar met 25 procent precies tussen. Alleen Meppel springt eruit, daar berekent de gemeente de draagkracht op basis van het sociaal minimum. De meeste Drentse gemeenten stellen ook een maximum aan het eigen vermogen. Ook hier zitten weer grote verschillen tussen. In Hoogeveen, Noordenveld, Westerveld en De Wolden mag een alleenstaande inwoner 6.295 euro aan spaargeld of ander vermogen hebben liggen. In Assen, Aa en Hunze en Tynaarlo is dat maximaal 50.000 euro. De TONK is voorzien om bij te springen in de noodzakelijke woonkosten. Dit gaat vooral om gas, water, licht en huur of hypotheek. In zes gemeenten krijg je maximaal 1.000 euro per maand, terwijl in Aa en Hunze, Assen, Tynaarlo en Noordenveld maximaal 500 euro per maand vergoed wordt.