Een fenomeen waar ik over het algemeen niet veel last van heb: De drang tot opruimen.
Driftige verzamelwoede, dat staat eerder in mijn vocabulaire, én op zolder.
In verhuis- en schoenendozen, stapelbare Ikea-kratten, van die ijzeren Gamma-stellingen, onze zolder heeft meer weg van een kringloopwinkel dan een nette, steriele ruimte waar het goed toeven is.
Althans, volgens mijn vriendin, zelf voel ik me er best thuis, een bureautje, printer, ‘ouderwetse’ desktopcomputer, rekenmachientje en wat schrijfgerei, plus een aantal ordners met hierin nog documenten van m’n allereerst aangeschafte stereoapparatuur, alsmede onderhoudsdocumentatie van al m’n automobielen welke ik heb bezeten, en dat zijn er nogal wat geweest in de afgelopen jaren. Ik blader nog wel eens door deze ordners heen, hoofdschuddend waar ik in eerder jaren mijn geld aan uitgaf. De meest vreemde accessoires, of ‘gadgets’ zoals dat nu heet, daar ging mijn eerste loon aan op. Luchthoorns, stickers, U kent hem vast nog uit begin jaren ’90, zo’n soort tekstballon in de vorm van zo’n verplichte landensticker, die naast het NL werd geplakt en waarop stond: ‘Ik kom toevallig uit Eelde’. Ik vond het mooi, ware het niet dat mijn personenauto over het algemeen niet verder kwam dan de Drents-Groningse grens, en het verder waarschijnlijk vrijwel niemand interesseerde waar die bestuurder van die wagen nu vandaan kwam. Dit mocht bij mij de pret niet drukken, ik reed vrolijk met deze sticker rond. Plus een geluidsinstallatie die in een behoorlijke discotheek niet zou misstaan. Ooit kocht ik een radio, wel nieuw in doos, dus niet van diefstal afkomstig, maar wel ‘onder tafel door’ en ‘via-via’, iets wat ik niet als fraude zag, maar burgerlijke ongehoorzaamheid. De radio had van allerlei knopjes en mogelijkheden, doch geen rekening. U snapt het: Na een week had een of andere junk mijn zijruitje al ingetikt en was de radio verdwenen, om wederom als een soort recidive weer in een zwart-geld circuit te verdwijnen. De verzekering deed nog moeilijker om het geheel te vergoeden, dit omdat ik geen ‘bonnetje’ kon overleggen, hier wreekte het zich dat ik Stoffers heette en geen Teeven.
Al deze correspondentie, het zit allemaal in die ordners, evenals de bankafschriften welke wel aantonen dat de verzekering op het laatst wel uitkeerde, pas nadat ik zoveel brieven had geschreven dat hiervoor een complete boom was gekapt in plaats van dat ik hier de vruchten van had geplukt zoals de verzekeringsmaatschappij indertijd in haar reclameslogans beweerde. Ik heb het allemaal bewaard, zit het nog weleens na te lezen met gepaste trots, dit omdat mij dit zonder tussenkomst van de rijdende rechter of Alberto Stegeman is gelukt!
Voorts heb ik nog complete jaargangen aan tijdschriften, auto- en truckbladen -waaronder de eerste editie van de Autoweek-, een scala aan boeken plus allerlei voorwerpen uit allang vervlogen tijden, maar waar ik geen afstand van doe. Zo staat hier nog de allereerste koffergrammofoon van mijn grootvader. Niet zo’n apparaat met zo’n grote hoorn eraan, doch nog wel zo’n 78-toeren apparaat, evenals een aantal bandrecorders, van die exemplaren die je nog weleens in van die series als Air Crash Investigation terugziet, als er natuurgetrouw een ramp uit begin 70-er jaren wordt nagebootst, compleet met van die plastic spoelen.
En nu, Juni 2021 wil ik opruimen in mijn ‘mancave’, het moet er toch eens van komen, maar vraag me, zo om me heen kijkend, vertwijfeld af: Waar moet ik beginnen en waar eindigen…
Wordt gegarandeerd vervolgd!