Een auto met een aanhanger passeert rustig over de Drentsedijk in de Onlanden. Hondenvervoer staat er op het karretje. Een paar honderd meter noordelijker stopt de auto in de berm. Twee mannen stappen uit, het deurtje gaat open en een bruine hond, een Duitse staander langhaar, naar ik later verneem, springt vrolijk naar buiten. Terwijl de mee gebrachte spullen uitgestald worden, raak ik in gesprek met het tweetal. Piet Bruins, in jachtkledij en Dick Vroma, beide van de wildbeheereenheid Fivelgo. Fivelgo is ruwweg het gebied van de voormalige gemeenten Appingedam, Loppersum, Slochteren en Ten Boer.

Beide mannen bereiden zich voor op een veldwerk lesje over de jacht voor kinderen van het Gomarus College. “De jacht is een lastig onderwerp, zegt Vroma. De verschillen tussen de stadsmensen en diegenen, die opgroeien op het platteland is lastig te overbruggen. Kijk alleen al naar de problemen in de Oostvaardersplassen. De dieren, die daar sterven door gebrek aan voedsel is hem een gruwel. Aan de dood gaan maanden van honger en verzwakking vooraf.”
De contacten met de leerkrachten van het Gomarus zijn ontstaan, toen Bruins’ kinderen daar naar school gingen. En toen hij werd gevraagd, wilde hij graag meewerken. De klasjes, met een aantal van ongeveer twaalf per keer, staan open voor zijn verhaal. Hij was ooit vegetariër maar, zo vertelt hij, vlees eten doet hij nu bewust en zeker geen plofkip of iets vergelijkbaars.
Nora, de Duitse staander langhaar, loopt ondertussen onrustig heen en weer. Aan het einde van de les, mag ze laten zien hoe ze moet apporteren. Leerlingen helpen mee. Een apparaatje laat een knal horen, de nep-eend vliegt door de lucht en Nora blijft netjes zitten naast haar baasje. En op zijn commando weet ze de prooi snel te vinden en terug te brengen, waar ze zelf haar beloning krijgt. “De meeste honden vinden apporteren leuk, maar deze honden zijn ook voor de start actief, vertelt Vroma. Dat maakt dit ras zeer geschikt als jachthond.”