Vorige week schreef ik er al over, de nostalgische tijd dat we nog met een vaste telefoonlijn belden, jij zeker wist als er werd opgenomen dat de persoon in kwestie thuis was.
Zo heb ik tegenwoordig een hekel aan mobiel bellen, althans: het telefoneren naar een mobiel nummer, je weet immers nooit of het de betreffende persoon uitkomt, misschien zit hij of zij net in een conversatie of loopt te winkelen, het is ongemerkt ook het eerste wat je vraagt als iemand zijn of haar mobieltje opneemt: ‘Stoor ik?’ of ‘Komt het gelegen dat ik bel?’
Persoonlijk heb ik dan liever Whatsapp of Messenger om te communiceren in de huidige tijd, wanneer je dan de bekende blauwe vinkjes ziet dan weet je dat ‘de andere kant’ tijd heeft om een bericht te lezen of te beantwoorden.
In de tijd van de vaste telefoon was dit wel anders trouwens, al had dat ook meer met jeugdige baldadigheid te maken. Ik deed als puber graag aan ‘telefoonterreur’, naast het deurtje bellen en zonder moderne nummerherkenning belde ik wel mensen.
Liefst in het bijzijn van kameraden vond ik het onvervalste humor om bijvoorbeeld zomaar een nummer in te toetsen, als er werd opgenomen een zware stem op te zetten om vervolgens te vertellen dat je van de PTT was, en er een storing op deze lijn was ontdekt.
Vaak hoorde je dan een geschrokken ‘ojee, en wat nu?’, waarop ik vroeg of men bij wijze van test even duidelijk in de microfoon drie keer de woorden tok-tok-tok wilde uitspreken. Tot mijn grote hilariteit voldeden mensen vaak aan dit verzoek, waren ze erg enthousiast dan ging ik nog even door, kraste wat met een pen tegen de microfoon, zodat het leek of er een technische dienst vol ijver vlijtig met een reparatie bezig was en vroeg vervolgens: Nog eens? Bij de derde keer zei ik dan: Wilt U nu eens onder uw achterste kijken of daar nu ook eieren liggen? om vervolgens de verbinding te verbreken en in schaterlachen uit te barsten. Ik geef volmondig toe: Flauwe humor, doch behoudens een beteuterd gezicht van het ‘slachtoffer’ deed ik er in mijn optiek niemand kwaad mee.
Hoe anders is het tegenwoordig niet gesteld, wanneer vooral rond etenstijd de telefoon gaat en na het opnemen van de hoorn, of de ‘haak’ zoals we dat in Eelde vaak zeggen, zich een stem meldt die zegt van een of ander energie- of nutsbedrijf te zijn, en U probeert wijs te maken dat ondanks dat het water gewoon bij U uit de kraan komt, stroom uit de meterkast, zij een veel lucratiever aanbieding hebben! Zo’n telefoontje kan mijn humeur aardig bederven, en alhoewel ik besef dat deze telefonisten of telefonistes vaak studenten zijn die op deze manier onschuldig een zakcentje proberen bij te verdienen kan ik dan soms best ietwat lomp of onbehouwen reageren. Ben ik goedgemutst dan wimpel ik zo’n telefoontje vriendelijk af, doch is mijn humeur al niet zo best omdat ik net smakelijk mijn karbonade wil oppeuzelen, dan gebeurt het ook wel dat ik bij de vraag: ‘Heeft U een ogenblikje?’ antwoordt met: ‘Ja hoor?’, om vervolgens de telefoon een halve meter bij me vandaan te leggen, net zolang tot ik het bekende ‘tuut-tuut-tuut geluid hoor. Weer een ander geluid dan ‘tok-tok-tok’ waarbij het ei niet onder mijn achterste ligt, maar heerlijk als uitsmijter op mijn bord!