Corona heeft dit jaar bij veel tradities roet in het eten gegooid. Maar bij de huidige opsluiting kan in ieder geval één traditie doorgaan op Oudejaarsdag: oliebollen eten. In het dorp staan een drietal kramen. Bij de supermarkten Jumbo en Albert Heijn, terwijl bakker Dunnewind een tent voor het pand heeft staan. Op deze laatste dag van het jaar staan de mensen in de rij.

Een oliebol hoort erbij. De oorsprong van deze lekkernij is niet geheel duidelijk. De oliebol zou al in de middeleeuwen in trek zijn geweest. Of het een Nederlandse uitvinding is, is niet zeker. Mogelijk komt de oliebol uit Portugal of Spanje. De recepten zouden meegenomen zijn naar ons land. Het werden aanvankelijk oliekoeken genoemd.  Eeuwenlang was de term oliekoek in gebruik voor wat nu de oliebol heet. In 1868 nam Van Dale het woord  ‘oliebol’ op in het woordenboek. De oliekoeken op een schilderij van Aelbert Cuyp uit ca. 1652 lijken veel op de hedendaagse oliebol. In die tijd werden ze in raapolie gebakken. Ze waren aanvankelijk platter dan de huidige ronde. Plat of rond, een oliebol hoort erbij.