We mogen niks, we kunnen niks, is de veelgehoorde klacht. Sommige jeugd verveelt zich stierlijk in deze coronatijd. Maar je hebt ook kinderen die zich kostelijk vermaken. Gewoon met vissen.

Het is winter, er is geen sneeuw en ook geen ijs. Vaak krijg je dan wind en regen. We hebben onze portie gehad. De Onlanden is overstroomd. Het natuurgebied trekt deze droge maandag na de totaal verregende zondag vele mensen. Bij het Eelderdiepje, dat ook buiten haar oevers is getreden, gooien twee jongens een hengeltje uit. Het zijn Thijs en Thijs. “We zijn vrienden van elkaar”, zegt Thijs. “En we wonen ook nog eens dicht bij elkaar”, vertelt Thijs. “Of de vissen willen bijten? Nee, alleen ‘aanbeet’ klinkt het professioneel. Gekscherend vraagt de verslaggever of ze op het bankje, dat onder water staat, willen plaatsnemen. De jongens reageren enthousiast. Maar is het water niet te diep, vragen we ons af. “Nee hoor”, zeggen Thijs en Thijs in koor. Het bankje vinden ze een ideale visplek. En vis of niet, Thijs en Thijs komen de laatste dagen van het coronajaar wel door.