Er zijn veel mensen die dingen verzamelen. Ze zijn op jacht naar iets. Albert Bolhuis is ook zo’n persoon. De Eeldenaar verzamelt miniatuurflesjes. Van likeurtjes, binnenlands- en buitenlands gedestilleerd en veel meer. En ze moeten vol zijn, anders tellen ze niet mee. Bolhuis is bepaald geen drankliefhebber, integendeel. “Deze meuk drink ik niet.”

“Je kunt beter later een keer komen, want ik heb ze in dozen staan”, begint Bolhuis, als we hem telefonisch benaderen. Maar eenmaal in huize Bolhuis staan een aantal flesjes keurig uitgestald op tafel. Een greep: Strohrum, Cherry Portugale, Jamaica Rum, Amelander Kruidendrank, De Bonnet, Becherovka, Jonge Bols, Kirschwasser. Brandende vraag is: waarom drankflesjes? De eerste aap komt al gauw uit de mouw, want Bolhuis werkt in de horeca. “Ik heb 25 jaar gewerkt als bedrijfscateraar, tien jaar als zelfstandige en ben tegenwoordig kok bij de plaatselijke horeca. In het Amsterdamse hotel ‘Marriot’ kwam ik voor de eerste keer in aanraking met deze flesjes door de roomservice. Ik kreeg lege flesjes terug en wilde volle flesjes. Ik ben zelf van boerenafkomst. Thuis ging het alleen maar om jenever, Berenburg en sherry. Er kwamen geen likeurtjes op tafel. Ik vond die flesjes zo leuk. De hobby is pas echt ontstaan in 1983, toen ik stage liep in de hotelschool in Groningen. Het eerste flesje was ‘Fraise des Bois Dolfi’. Sindsdien kan ik geen slijterij meer voorbijlopen. In diensttijd heb ik veel gereisd en nog steeds als ik in een vreemde stad kom moet ik op zoek naar een slijterij. Ook als ik met mijn vrouw een stedentrip maak, dan zoekt zij leuke winkeltjes en ik heb maar één doel: slijterijen, dan ben ik gelukkig.”

Nog een vraag, waarvoor dienen de flesjes? Bolhuis moet de schouders ophalen: “Ik weet niet waarom deze miniatuurflesjes gemaakt zijn”. Bolhuis bezit dan veel flesjes, een verzamelaar in Hoogeveen heeft er veertigduizend, de Eeldenaar (“ik ben van origine Harenaar maar woon al meer dan 35 jaar in Eelde”) schat dat zijn collectie met 2500 ophoudt. Probleem is waar laat je ze? Ik hoef ze niet op planken aan de muur te zetten want dan wordt mijn vrouw gek.” Bolhuis stelt wel bepaalde eisen aan een flesje. “Wanneer de inhoud van flesjes verdampt is dan gooi ik ze weg. Ze moeten vol zijn, anders is het niet mijn flesje. Het maakt mij verder niet uit wat erin zit. Alle meuk in deze flesjes drink ik niet. Het moeten echte miniatuurflesjes zijn. En die zijn allemaal verschillend. Neem deze Grand Manier. Twee identieke flesjes op het eerste oog. Maar op de etiketten zie je verschillen. Ik heb zeker ook dubbele. Daar kom ik dan later achter. Ik koop ze eerst. En alleen bij slijterijen, niet op internet. Je kunt er verder niks mee. Zodra ik ze heb zijn ze niets waard.” Onder de enorme collectie zitten zeker bijzondere flesjes. “De Notaris Jenever. Dat vind ik een mooi flesje, een exacte kopie van de grote. Deze komt uit Schiedam, een plek met veel jenever.” Curieus is het flesje in de vorm van een gloeilamp. Er blijken meerdere van te zijn. “Tot nu toe heb ik de meeste flesjes van ‘Marie Brizard’.” Nog een weetje. De cognac. “We noemden in ons land alles cognac, maar die naam mag je alleen zo noemen als het origineel cognac is. Het is in Frankrijk beschermd.”
Albert Bolhuis is druk bezig om de flesjes te archiveren. Alle flesjes worden op de foto gezet, waarna in de computer alles gerubriceerd wordt. Op onder andere likeur en ‘PSV’ dat niks met voetbal te maken heeft maar staat voor ‘Port Sherry Vermout’. En alles op alfabet. Er komt een omschrijving bij te staan, de herkomst en ook het percentage alcohol. “Ik ben nu met doos 5 bezig, er zijn nog 15 dozen te gaan.” En dan weet Bolhuis ook het exacte aantal. Leuk om te weten.