Muziekmuseum Vosbergen is eigenlijk begonnen als hobby, vertelt Dick Verel als opstapje naar het nieuws dat hij wil vertellen. Zijn ‘hobby voor het leven’, die hij deelt met zijn vrouw Rieteke, gaat begin volgend jaar over in de handen van een groep regionale ondernemers die zich verenigen in de Sociëteit Vosbergen.

Dick Verel is opgelucht en opgetogen. Blij dat de zoektocht naar een waardige opvolger, hij is toch al weer 81, tot succes heeft geleid. Het dreigde tijdlang uit te draaien op verkoop van zijn schitterende collectie muziekinstrumenten. Dick Verel heeft hiermee een wereldprestatie neergezet, alleen in het Rijksmuseum vind je een Nederlandse collectie die de verzameling in Eelde overtreft. Even tussendoor, Eelde mag het misschien heel gewoon vinden dat het drie hoogwaardige musea binnen zijn grenzen heeft, alle drie als particulier initiatief en grotendeels door vrijwilligers gerund, maar dat is het niet. Deze culturele instellingen zijn ongelofelijk belangrijk. Niet alleen voor wat ze tonen, maar ook door het lokale maatschappelijke belang dat ze vertegenwoordigen. Voor onze dorpen dus. Daarom mag het nieuws van de op handen zijnde overdracht ook met gejuich worden begroet.

In de horecaruimte van het muziekmuseum zit Peter Goos (52). Met kortgeschoren schedel en een jasje vol gestikt met race-emblemen. Iemand met een vette Harley Davidson denk je. Peter Goos grinnikt als het over zijn outfit gaat. “Dit heb ik even aangetrokken omdat ik niet met een net pak op de fiets hierheen wilde rijden. Heeft niets te maken met mijn achtergrond, ik vind het alleen een prettig jasje.” Dick Verel en Peter Goos hebben elkaar gevonden doordat Goos, hij woont en houdt kantoor in Roden, op zoek was naar een nieuwe werk- en woonruimte. Zoals zo vaak, ontstaan mooie initiatieven door toeval. Ook nu. Zijn schoonzus Elsbeth Hellendoorn woont met Ed Goos, sinds twee jaar in Huize Java in Paterswolde. Zij kwam met de tip om eens contact op te nemen met Dick en Rieteke. “Dat kwam op een gouden moment” gaat Dick Verel verder. “Ik was al een tijdje bezig met het zoeken naar een opvolger. Nadat enkele kandidaten het uiteindelijk niet aandurfden, ben ik voorzichtig gaan denken aan verkoop van de collectie. Er zijn zelfs al een paar instrumenten in andere handen overgegaan. En toen kwam Elsbeth met en de broers Goos aanzetten. Elsbeth en haar ouders kennen we al heel lang, onze kinderen gingen naar dezelfde basisschool. Elsbeth weet precies wat hier omgaat in het Muziekmuseum en kende ook onze zoektocht naar een opvolger. Zij combineerde twee wensen en zo kwamen Peter en ik in gesprek.” Peter Goos luistert geamuseerd. Hij is de jongste van zes broers. De oudste vijf zijn in Rotterdam en Den Haag geboren, hijzelf haalde voor het eerst adem in Groningen en woont al zijn hele leven in Roden. Een westerse Drent dus. “We zien het helemaal zitten om hier iets moois in stand te houden” zegt Peter Goos. “Zo’n idee groeit met de gesprekken die je er over hebt. Bij de eerste verkenning zeiden we, laten we gewoon eens gaan praten, kijken wat Dick en Rieteke willen. En dan zie je een schitterend pand op en nog prachtige plek met een schat aan instrumenten en een intieme muziekzaal. De bevlogenheid van Dick deed de rest. Ik weet, zeg ik eerlijk, niet veel van klassieke muziek. Maar deze entourage, dit unieke idee, dat willen we omarmen. We hebben er ook alles voor in huis. Elsbeth heeft de Hotelschool gedaan en heeft een horeca-achtergrond. Zij gaat het hier inhoudelijk aansturen. Omdat ze wegens haar baan hier niet dagelijks zal zijn krijgt ze iemand aan haar zijde voor de dagelijkse gang van zaken. Openen, gasten ontvangen, reserveringen maken, de horeca, dat soort dingen. Ikzelf ben accountant en zal de financiële en organisatorische kant op me nemen.”

Het is tijd voor een kop thee. Rieteke schenkt in. Wie het Muziekmuseum heeft bezocht weet hoe geweldig zij zich manifesteert als gastvrouw. Niemand die zonder gebakje de deur uit gaat. Ondertussen hebben Peter en Dick het nog even over de vader van Elsbeth, Hans Hellendoorn. De laatste van de zogenoemde mei vliegers die eind september vorig jaar als oorlogsheld met militaire eer is begraven. 100 jaar mocht hij worden. Ze praten ook over de plannen van Peter Goos, en hoe ze de overname zullen regelen. “Ik heb dit museum alleen kunnen doen omdat ik met pensioen ben. We hebben er al onze tijd en al ons geld ingestoken, maar dat mag je natuurlijk niet verwachten van een opvolger”, zegt Verel. “Klopt” antwoord Goos. “We willen de hele opzet wel rendabel zien te maken. Ons plan is om hier een Sociëteit Vosbergen op te richten. Een stichting die wordt gedragen door een groep regionale ondernemers. De ideële kant van de zaak blijkt nu al voor 10 ondernemers heel aantrekkelijk te zijn. Daarmee kunnen we starten. Het doel is om een groep van 35 ondernemers te vormen die allen bijdragen aan de instandhouding van deze instelling. We willen voor die groep maandelijkse bijeenkomsten organiseren rond het thema muziek. Telkens met een introduce en af en toe met onze partners. Het moet een mooie sfeer krijgen waarin we goede contacten kunnen onderhouden. Niet zozeer iets als een skybox, het woord sociëteit geeft beter aan dat we zoeken naar kwaliteit en een voorname sfeer. Niet dat we gaan zweven of elitair willen doen, meer het idee van de cultureel betrokken herenboer die met de voeten in de klei staat. We staan graag open voor lokale ondernemers die bereid zijn een financieel aandeel te leveren. We zullen de ruimte waar nu de galerie is bij het horecagedeelte betrekken. Denk niet aan een restaurant, maar aan een uitbreiding van wat Rieteke nu heeft neergezet, gerelateerd aan museumbezoek en concerten.”

Peter Goos heeft goed nagedacht over de manier waarop zijn Sociëteit levensvatbaar zal kunnen zijn. Nog lang niet alles is geregeld, maar er is nog tijd. Dick en Rieteke zijn van plan om eind dit jaar naar een andere woning in Paterswolde te verhuizen. Omdat het vandaar hooguit tien minuten fietsen is, kan het museum ook daarna een beroep op hem doen als begeesterd rondleider. Want, wie je ook spreekt over het museum, iedereen roemt zijn enorme kennis en vooral de magnifieke wijze waarop hij over de instrumenten vertelt. Gelukkig is hij hersteld van een ernstige ziekte en voelt hij zich beter dan ooit na het plaatsen van enkele stents. “ In januari 2021 moeten wij een goede start kunnen maken” vertelt Goos. “We kunnen de tijd vanaf september goed gebruiken om de formele kant af te wikkelen en om ons hier in te werken. Dan kunnen we zien hoe Dick de concerten reeks in oktober weer opstart. Natuurlijk heeft het covid-19 virus zijn impact, maar daar vinden we oplossingen voor. We denken dat we kunnen beginnen met concerten voor hooguit 20 mensen in de zaal.” “Voor de inhoudelijke kant zullen twee vakmensen zich verbinden aan het Museum” zegt Dick Verel. Harry-Imre Dijkstra uit Hilversum is klarinettist en heeft o.a. voor De Concertzender 440 radioprogramma’s geproduceerd over Tsjechische 20e -eeuwse muziek. Nu werkt hij onder meer als muziekprogrammeur bij Classic FM. Dijkstra zal in het bestuur van de op te richten stichting gaan zitten. Hij zal ook een belangrijke rol spelen bij de muzikale kant van het museum en bij de uitbreiding van de collectie. Frank Brouns is de andere figuur die zijn nek graag voor dit museum wil uitsteken. Hij is solohoornist van het NNO en hoofdvakdocent bij het Prins Claus Conservatorium. Hij kan bijvoorbeeld studenten enthousiasmeren om hier als vrijwilliger te werken. Natuurlijk ben je er dan nog niet. Het zou toch schitterend zijn als we ook vrijwilligers uit Eelde en Paterswolde bij dit museum kunnen betrekken.”

Er zal nog poot aan gewerkt moeten worden om in januari volgend jaar alles in kannen en kruiken te hebben. De liefhebbers van het museum houden de adem in hoe het moment van overdracht zal gaan verlopen. Met klaroengeschal? Met de natuurtrompetblazers die ook optraden bij de eerste opening in november 2002? We wachten af. De dag na dit gesprek gaat Peter Goos met vakantie naar Portugal. Daarna wordt het menens.

Archieffoto uit 2006