De grond van de oude schietbaan langs de weg tussen Norg en Donderen is sterk vervuild. Oorzaak zijn de kogels waarmee geschoten werd, ze bevatten zware metalen. Omdat het gebied vaak bezocht wordt door wandelaars heeft Staatsbosbeheer besloten om uit veiligheid de schietbaan te sluiten. Dit na een lange historie die teruggaat tot 1906. Hillebrand Keun van Werkgroep Oud Donderen schreef er een verhaal over. Een bijzonder verhaal.

Als we het over de schietbaan hebben dan spreken we over de ‘kogelvangers’, in de volksmond ‘Koegelbargen’ geheten. Toen het besluit van Staatsbosbeheer bekend werd gemaakt kwamen de herinneringen boven van veel mensen, die er als kind gespeeld hebben in die zandbulten. Het is op zich een geheimzinnige plek waar niet zoveel over bekend was. Wel dat het vroeger een militair terrein was, maar wat zich er allemaal afspeelde? Werkgroep Oud Donderen kwam één en ander op het spoor na contact met de Historische Vereniging Gemeente Diever. In 1906 werden de dubbele schietbanen aangelegd. Donderen was één van de vier schietlocaties in Nederland. De exacte locatie was Donderboerkamp op het Hoogeveld, gelegen op de grens van de voormalige gemeenten Vries en Norg. Het was in die tijd een woest landschap met voornamelijk heide. Na de bekendmaking door Gedeputeerde Staten in de krant konden mensen bezwaar aantekenen tegen de ‘oprichting van schietbanen door het Departement van Oorlog in de gemeenten Vries en Norg’, zoals het vermeld werd. Het kamp werd door het Rijk voor 20 jaar gehuurd. Bij de huur waren 77 landeigenaren betrokken. De onderhandelingen over de prijs gingen niet altijd vlekkeloos. De schietbanen waren in eerste instantie bedoeld voor militairen uit de districten Groningen, Winschoten en Assen. Duizenden soldaten hebben in Donderen het schieten geleerd. De schietoefeningen werden gehouden van 15 mei tot 15 augustus, ‘op elk gewenscht tijdstip’.
Het waren vier dubbele schietbanen met een lengte van 600 meter. Daarbij waren schietschijven van zo’n 2 meter groot, geplaatst voor de kogelvangers. De kogelvangers waren als het ware bulten zand, 13 meter lang en 1,5 meter breed en 4,5 meter boven het maaiveld. Er bovenop stond een dubbel houtenscherm en een bak met grind. De grindbakken dienden om te hoog geschoten kogels op te vangen. De kogelvangers waren nog bekleed met plaggen heide. De baan van Donderen was afwijkend ten opzichte van de andere banen. De militairen die de schietschijven bedienden zaten veilig in een bunker terwijl bij de andere schietbanen soldaten slechts achter een hoop zand zaten. De baan was omgeven door honderden tenten, waar de soldaten sliepen. Het kamp trok vele bezoekers uit de omgeving. Hoewel het een serieuze aangelegenheid was, was er na de dienst sprake van een vrolijke stemming. De militairen kregen hun natje en droogje. Een firma uit Groningen kwam speciaal daarvoor naar Donderboerkamp. En een venter uit Assen kwam zelfs enkele keren op de fiets, met bij zich 5 liter jenever en een kist sigaren. Een fotograaf uit Groningen nam alle avond foto’s, die hij verkocht op briefkaarten. De man kreeg het ontzettend druk. Door de vele activiteiten werd het kamp door Defensie al gekscherend ‘Kampeer-oefenings-en schietterrein Donderen’ genoemd. Niet alleen de activiteiten, maar ook de omgeving zelf was een bezienswaardigheid voor mensen. Dat kwam door de hoogte. Norg lag in een vallei, de Peizer kerktoren stak in de verte boven het groen uit en ook de Martinitoren was te zien. Toen er groen licht werd gegeven voor de schietbaan werden mensen in de kranten gewaarschuwd ‘elken werkdag van 7 uur v.m. tot 5 uur n.m zich niet te begeven op de terreinen in de nabijheid der schietbanen’. De geschiedenis herhaalt zich. Met dat verschil dat er niet meer geschoten wordt maar dat de kogels die er nog liggen gevaarlijk zijn.
Staatsbosbeheer, die barricades heeft opgeworpen om bezoekers tegen te gaan, overweegt de grond af te graven. Naar verluid worden de kogelvangers weer blootgelegd en alles in ere hersteld. Staatsbosbeheer was niet bereikbaar voor een reactie.

Archieffoto