Net als in het hele land werd ook in ons dorp afgelopen weekend meegedaan aan de Nationale Bijentelling. De ervaring van Marleen Koning van IVN, tevens vrijwilliger bij de Vlinderstichting en betrokken bij andere bijenonderzoeksprojecten in de buurt, in het Vlinderkampje. Ze werd bijgestaan door onder andere Anne v/d Zijpp en Bertus van der Velde. 

“Er stond teveel wind voor een goede bijentelling, normaal tel je alleen bij een windkracht tot 5, maar in het Vlinderkampje waren veel beschutte plekjes te vinden met bloeiende planten, struiken en bomen waar we de insecten goed konden zien en tellen. Zaterdagmiddag rond 14.00 geteld met Bertus van der Velde als fotograaf en zondagmiddag rond 14.00 weer geteld met Anne v/d Zijpp als fotograaf. De temperatuur was goed op de beschutte plekken met weinig wind, de meeste insecten vliegen wel bij deze temperaturen. Ook hadden we al veel warme dagen gehad en liep de natuur enkele weken voor op andere jaren. De landelijke bijentelling is altijd rond half april en gebruikt voor dit jaar een formulier wat je kunt uitprinten en daarna op internet kunt invullen met de te tellen soorten en plaatjes erbij om ze makkelijker te kunnen herkennen. Op dit formulier staan de bijen en hommels vermeld die nu vliegen. Als je half april hommels ziet, dan zijn dit bijna altijd de koninginnen, die zijn ook veel groter dan de mannetjes en de werksters die je pas vanaf mei ziet vliegen. In deze landelijke bijentelling zitten allerlei bestuivers zoals hommels, bijen, zweefvliegen en wespen. Als je een soorten ziet die niet op het formulier staat, dan kun je het aantal bijvoorbeeld bij bijen of hommels onbekend invullen. De meeste bijen vliegen maar enkele weken en sterven daarna, dus als je de telling later in het seizoen houdt, dan zie je weer heel andere soorten, omdat er dan ook weer andere planten bloeien. Hommels leven veel langer en die kunnen wel een aantal maanden vliegen voor ze sterven. Het is nu wel een aantal weken heel droog en zonnig, waardoor er weinig planten in bloei zijn gekomen en daardoor vliegen er ook minder bijen vliegen dan na een aantal warme dagen met voldoende regenbuien.”
Opvallend veel Rosse Metselbijtjes
“Wat opviel deze telling was dat er een aantal Rosse Metselbijtjes vlogen rond de bloeiende planten en bij het houten insectenhotel. Deze soort vliegt al vroeg vanaf maart en legt nu al eitjes in de holtes in het hout, de paring vindt momenteel plaats en elk bevrucht eitje wordt vervolgens in een apart kamertje gelegd met wat voedsel en met een wandje afgesloten, net zo lang totdat de ingang van de gang (het gaatje) in het hout dichtgesmeerd is. Na twee dagen komt het eitje uit en het larfje ontwikkelt zich dan vrij snel tot een bij in een pop die pas een jaar later uit het holletje in het vroege voorjaar (maart of april) naar buiten komt als volwassen bij. Ze knagen zich een weg naar buiten. Het is dus heel belangrijk dat mensen een insectenhotel in de tuin zetten of kastjes ophangen, omdat een aantal bijensoorten hierin kunnen nestelen en overwinteren. Daardoor kun je bijdragen aan de instandhouding van bijensoorten in Nederland.”

De resultaten zaterdag:

4 Rosse metselbijen (vrouwtje en mannetje gevangen in vangpotje voor nader onderzoek en determinatie)
1 Honingbij
1 Aardhommel koningin
3 Akkerhommel koninginnen
1 Hommelbijvlieg
1 Grote Narcisvlieg
2 grote Bijvliegen (vliegen die op bijen lijken)
1 kleine zweefvlieg
1 kleine wesp

Zondag:
10 Rosse metselbijen
2 Honingbijen
1 kleine bloedbij (familie), soort niet kunnen determineren, niet kunnen vangen voor onderzoek
3 Aardhommel koninginnen
1 Steenhommel koningin
3 Akkerhommel koninginnen
1 Hoornaar (grote wesp)
1 kleine wesp (niet bekend welke soort)
1 Hommelbijvlieg (een vlieg die op een hommel lijkt)
2 kleine zweefvliegen
2 Grote Narcisvliegen