Met die vraag worstelen alle Drentse basisscholen. De overkoepelende stichting van alle Drentse basisscholen PRISMA heeft dan ook een brief geschreven aan de PO-raad, de sectororganisatie voor het primair onderwijs. ‘Er wordt gespeculeerd, gesuggereerd en ideeën aangedragen voor hoe het ‘in de praktijk zou kunnen’, staat er in de brief te lezen. “Eén ding moet leidend zijn”, zegt voorzitter Zweers Wijnholds van PRISMA. “En dat is de gezondheid van onze medewerkers en van onze leerlingen. Afstand houden, vooral in de onderbouw, is heel moeilijk.” In de brief aan de PO-raad schetst Wijnholds het volgende: ‘Het maakt zeer veel onderwijsgevenden onrustig, onveilig en ongerust. Immers, er is nog zo weinig bekend over het gedrag van het virus, de ontwikkeling en verdere verspreiding, de daarmee gepaard gaande gezondheidsrisico’s voor kinderen en volwassenen. Wanneer de scholen zouden openen, wordt het voorbeeld van Eugenie Stolk, voorzitter AOB, werkelijkheid: een 60+ onderwijsgevende mag/mocht niet naar zijn/haar kleinkinderen en mag wel voor de klas. Vanmorgen sprak ik een schooldirecteur, waarvan het team vier 60+ leraren telt en twee teamleden met een fysieke aandoening. Een kwetsbare groep, waardoor het team voor een belangrijk deel niet inzetbaar is/zal zijn.’ “De basisscholen vragen om heldere kaders vanuit de overheid. Daar heeft de sector behoefte aan. Het kan niet zo zijn dat we per regio andere regels mogen hanteren. We moeten anarchie voorkomen”, legt Wijnholds uit. “We zijn al weken bezig om het openstellen voor te bereiden”, zegt De Wit. “Maar direct open na de meivakantie is in onze ogen onmogelijk. Het omschakelen naar thuiswerken, onderwijs op afstand, vraagt een enorme inzet en energie van onze leerkrachten. Zij moeten de meivakantie niet gebruiken voor het opnieuw omschakelen. In die vakantietijd moeten ze vooral uitrusten. Ons ideale scenario is dan ook dat de basisscholen 1 juni open gaan”, aldus De Wit van Stichting Baasis.