Niels Kingma heeft onlangs de Nederlandse titel veroverd bij het shorttracken. De Eeldenaar heeft een droom als alle sporters: het goud op de Olympische Spelen. De weg is nog lang, maar Niels doet er alles aan om dat ultieme doel te bereiken. Zijn carrière begon anders. En met vallen en opstaan. Een portret.

De nu 19-jarige Niels doet aan shorttrack sinds zijn negende jaar. “Ik heb wel andere sporten gedaan, zoals voetballen bij Actief. Ik ben gestopt met voetbal en verder gegaan met schaatsen, omdat ik dat toch leuker vond. In de winter was ik toch al vaak te vinden op de ijsbaan in Paterswolde.” In het begin deed hij aan langebaanschaatsen. Vervolgens stapte hij over op shorttrack. “Voor mijn gevoel was ik hier beter in. Ik vond het ook leuk met die bochten en ‘spelletjes’, de tactiek die erbij komt kijken. En bij shorttrack is het gezelliger; iedereen praat met elkaar. Bij langebaanschaatsen zat je in de kleedkamer, ging het ijs op om je race te rijden en dat was het. Heel saai. Bij shorttrack heerst een leukere sfeer. Tijdens de race is het minder gezellig en gun je elkaar niks. Na afloop lach je met elkaar.” Het ging letterlijk met vallen en opstaan. “In het begin viel ik bijna in elke bocht; ik kon eigenlijk helemaal niet schaatsen. Maar ik vond het zo leuk, dat ik eraan bleef werken. Vallen komt niet door de snelheid maar doordat je onstabiel op je schaats staat. Ik val nu nog zelden. Dat leer je op den duur.”
Trainen en studeren
Al vroeg werd hij lid van STG Groningen. “Ik werd lid van deze vereniging omdat ik meer wilde trainen, trainen om beter te worden. Tot mijn zestiende heb ik gestudeerd aan het Willem Lodewijks Gymnasium. Vervolgens heb ik een oud-coach opgezocht, een Engelsman, om in Friesland te komen trainen omdat die combinatie in Groningen niet kon. Dit hield in: ’s avonds, vijf keer per week.” Van het Gewest kwam Kingma in een hoger team: het Regionaal Topsport Centrum (RTC) en dat betekende twee keer per dag trainen in Heerenveen. “Ik moest van school af en ging vervolgens naar de topsportschool in Heerenveen. Ik train nog steeds bij RTC en ben lid van shorttrackclub Trias in Leeuwarden. Vorig jaar ben ik voor mijn eindexamen geslaagd, dit jaar heb ik dan ook geen school gehad.” En dus kon hij zich volledig richten op de sport. Zijn grootste prijs tot nu toe was het NK-overall, dat onlangs werd verreden. “Of het verwacht was? Nou, het was wel mijn doel en ik was ook wel podium kandidaat. Maar het was moeilijk om tegen teamgenoten te strijden. Ik ben heel blij met deze titel. Sinds mijn dertiende zit ik bij de top van Europa, dit was mijn eerste echte titel.” Niels liet zich ook gelden op de afstanden. Zo werd hij dit jaar negende op de 500 meter van het WK voor Junioren. “Vroeger was ik een echte sprinter, kon alleen maar de 500 meter aan. De laatste jaren word ik beter op de langere afstanden, hoewel dit niet mijn favoriete onderdeel is. Ik weet nu hoe en wanneer ik moet inhalen, de tactiek heb ik wel in de gaten. Je moet wel snel beslissen.”
Zusje Suze in voetsporen
Niels heeft zich aardig in de kijker gereden. Ook thuis bleek het niet ongemerkt. Zijn jongere zus Suze weet intussen ook van wanten. “Toen ze mij een keer zag shorttracken vroeg ze aan mijn moeder: hoe oud moet je zijn om te gaan shorttracken? Ze was vijf jaar. Op 6-jarige leeftijd mag je beginnen. Net 6 jaar, begon ze meteen. Ze is inmiddels 15 jaar en is heel goed hoor. Ze leert veel van mij. In feite ligt ze maar een paar stappen achter mij. Ze gaat al naar Leeuwarden en zit in het gewest. Volgend jaar hoop ik dat ze in mijn team komt. Het shorttracken is thuis niet met de paplepel ingegoten. Mijn ouders waren vroeger wel fanatieke sporters, maar dan in atletiek. Ze hebben nooit op wedstrijdniveau geschaatst, vinden ze het wel leuk om naar te kijken.”
EK in Rusland
De Corona-crisis is ook doorgedrongen tot het shorttracken. Eerstkomend evenement zou het EK in Rusland zijn. “We zouden afgelopen woensdag vertrekken, maar het is afgeblazen. Veel landen hadden zich van tevoren al afgemeld. Wij zouden eerst veertien dagen in quarantaine moeten. Rusland was de laatste wedstrijd geweest. Doordat Thialf inmiddels ook gesloten is, betekent dit einde seizoen. Normaal gebeurt er dan ook niet zoveel meer. Volgende week begin ik met rondjes fietsen. Normaal doe je in de zomer veel aan krachttraining, dat doen we nu even niet. Als het Corona-virus niet nog meer roet in het eten gooit gaan we in juni of juli het ijs weer op. Skeeleren is ook een optie als alternatieve training, maar doen we meestal niet. Dan heb je te maken met een andere beweging.” Hoe dan ook, Niels blijft op weg, op weg naar het hoofddoel: Olympisch goud. Zijn huidige coach Dave Versteeg helpt hem daarbij. Eelde-Paterswolde en schaatsen, dat hoort bij elkaar. Niels Kingma, die vrijwel zijn hele leven gewoond heeft in het dorp, is nog niet zo bekend als Gerard Kemkers. Lachend: “Ik hoop dat ik bekender word dan Gerard”.