Geert Stoffers is vrachtwagenchauffeur en hobbyschrijver. In ‘Geert vertelt…’ schrijft hij wekelijks in Dorpsklanken over specifieke dingen die hem opvallen. Elke column van Geert die in de huis-aan-huiseditie verschijnt, plaatsen we ook online. Dit stuk stond woensdag 22 januari in Dorpsklanken.

Vorige week schreef ik het al: mijn ouders hadden in vroeger jaren een rijdende winkel. Zelfs nu ik dit schrijf heb ik het deuntje nog in mijn hoofd: “Leve de man van de SRV, van je hieperdepiep hoeree”. Dit spotje werd indertijd altijd op radio uitgezonden. Vast bedacht door een of andere slimme reclamemaker die het geluk had dat juist zijn slagzin zo’n onuitwisbare indruk zou achterlaten.

Zal het dezelfde persoon zijn geweest die ‘Japie’ had bedacht? Van het indertijd populaire King Corn brood? Of in later jaren ‘Petje Pitamientje’ van de Calvé pindakaas? Namen die ik nu zo op tik, maar toch altijd in je gedachten voorbijkomen als je in de supermarkt een halfje bruin pakt, of zo’n potje Calvé! Wie is er niet groot mee geworden…

Bij panne en pech bood garage Krijthe uitkomst, zoals vorige week gemeld, iets anders was aan de orde in februari 1979… Bij het ontwaken lag er een gigantische hoop sneeuw, dit in een hoeveelheid waar men in Winterberg heden ten dage nog jaloers op is. Pa dacht daar enigszins anders over, zijn SRV-kar moest toch bij de weg, hij kon zijn vaste klanten toch niet in de kou laten staan nietwaar?

’s Ochtends waren de eerder in dit verhaal aangehaalde King Corn broden al geleverd. Ook transportbedrijf Top uit Zuidhorn had de melk al aangeleverd. In rolcontainers met van die zwarte kratjes, van die plastic kisten die je heden ten dage nog wel tegenkomt, maar nu bij hippe studenten of hipsters die dit gebruiken voor de boodschappen en zo’n kratje voor op hun fiets hebben staan.

Enfin, toen Pa zijn Gova-winkelwagen uit de garage reed stond hij meteen muurvast… Tot de assen in de verse sneeuw. Driftig pakte Pa een sneeuwschep, begon vol ijver de sneeuw voor zijn wielen weg te scheppen, terwijl moeder druk doende was om de bruine inloopmat, waarop kooplustige dames hun voeten konden vegen alvorens de wagen in te stappen, voor de aangedreven wielen te leggen. Terwijl ze hiermee bezig waren, en mijn zusje en ik net het laatste Brinta uit onze ontbijtborden schepten, zagen Pa en Moe zelf het zinloze van hun bezigheid in… Alsof je met een tandenborsteltje het jaren later door protesterende boeren omgeploegde Malieveld moest egaliseren, op zo’n taak leek het…

Mijn zusje en ik, kinderen nog, zagen onze ouders besluiteloos, met een hulpeloze blik in hun ogen kijken, hoe losten zij dit op? Tot een gegrom hoorbaar was en een bevriende boer kwam aanzetten, op zijn Zetor-tractor, een zware, stalen ketting lag op het spatbord… “Kin op boerderij toch niks begun’n”, zo stapte boer Berends van zijn tractor, bevestigde de zware ketting aan de Gova-winkelwagen, Pa achter het stuur en daar gingen ze…

Als was het een roedel sledehonden in Siberië of Alaska, zo trok de rode Zetor de blauwe SRV-wagen door de sneeuw als een mes door een pakje roomboter! En werden de klanten op deze wijze bediend, op die ijzige wintermorgen in 1979!

Bar en boos, het was ook al donker toen dit konvooi weer thuis kwam, maar ze hadden hun werk verricht. Met een welverdiend pilsje sprak Berends aan de achterkamertafel: “Ziezo, dit hebb’n we redt!” Een prachtstukje ‘noaberhulp’, uit 1979, die strenge winter!

Hoor ik nu anno 2020 soms allerlei codes oranje en rood via allerlei nieuwslezers door de radio komen, of ik sta zelf met mijn truck bij een klant voor de deur als het heeft gesneeuwd, enigszins hulpeloos, want wij zijn dit niet meer gewend (of zijn we nu verwend), dan heb ik nog steeds dit beeld voor me! Die rode Zetor met die SRV-wagen erachter! Want er moest brood op de plank komen! Niet alleen bij de familie Stoffers, doch ook bij hun vaste clientèle!

Wilt u wekelijks Geert zijn verhaal lezen? Abonneer u dan meteen op Dorpsklanken en u ontvangt de krant elke woensdag in uw brievenbus.