Kleine wasjes, grote wasjes, stop ze in Uw wasmasjien…

Kent U dat vrolijke nummer uit 1985 van de band Trafassi nog?
Zo’n plaatje, die als U hem hoort de hele verdere dag in je hoofd blijft hangen, althans: bij mij is dat wel het geval.

Nog niet zo lang geleden schaften wij een andere wasmachine aan, de vorige stond te schudden en te trillen dat het een lieve lust was, maakte tijdens zijn bezigheden ook een lawaai alsof in plaats van Groote Veen het gehele gebied vanaf het Oosterland tot de Vosbergen werd geheid door zo’n grote machine, tijd voor wat anders.

Onze buren hebben een mooie wasmachine, aldus mijn vriendin, een leuke LG.
Ik was enigszins sceptisch, dat TV-merk? Ik keek er net zo vreemd tegenaan als dat de computerwinkel ineens een Miele of Zanussi laptop in de vitrine zou hebben staan, doch in ons ‘traditionele’ huishouden waar ik veel weg ben en moeder de vrouw de huishouding doet hoorde ik: Ik moet ermee werken. Discussie gesloten, de LG werd aangeschaft.

Een apparaat met allerlei snufjes, bediening zelfs per app op de telefoon -zodat het hier waarschijnlijk in de nabije toekomst gaat gebeuren dat vriendin een bekeuring op de fiets krijgt omdat ze een kilometer verderop de wasmachine even op centrifugeren zet met haar telefoon-.
Ook geeft het apparaat een riedeltje als het zijn werk heeft voltooid, zodat wij hier des middags vaak ons eigen carillon hebben.

Toch begon ook deze machine wat vervaarlijk te trillen en te schudden, de afgelopen week besloten we toch eens een monteur te bellen, garantie nietwaar?
Waar ik al meende dat nu een mannetje kwam opdraven met allerlei afstandsbedieningen, beeldbuizen en ontvangstschotels had ik dit fout, een wit bestelwagentje verscheen ten tonele, hieruit verscheen een man in zo’n poloshirtje met reclame, een grote gereedschapskist meetorsend.

De man begon ijverig wat veertjes te vervangen, wat schroefjes en moertjes en wist te melden: “Probeer ‘m nu maar even”, er fijntjes aan toevoegend: “Belaadt U de trommel wel goed?”
“Ik doe er altijd een pak suiker, twee flessen melk en wat pannenkoekenmix in”, zo zei ik. “U maakt een grapje”, zo hoorde ik het poloshirt. “U begon,” zo was mijn weerwoord, “natuurlijk beladen wij dat ding goed, met wasgoed in de trommel!” “Doet U er dan wel genoeg was in”, zo informeerde deze ene helft van de gebroeders LG-Bever nu weer.

De beste man moest onze wasmand eens zien, met drie puberende jongens in huis, een bloemenchauffeur die zijn werkkloffie vaak achteloos in de wasmand deponeert, en dan vragen: “Doet U er genoeg was in?”

Als een stuurman op de wal zeg ik vaak dat de trommel te vol is, enig logisch nadenken noopt mij tot de gedachte dat de trommel dan te zwaar is, het motortje dan zwaarder moet werken, lijkt me ook slecht voor de lagers enzovoorts.

Dat zag ik echter verkeerd volgens de LG-monteur: “U moet de trommel echt vol maken, dan is de machine beter in balans, kan de was ook nergens heen”, de polo draaide eens de trommel rond, hangend als een matroos in een patrijspoort om zijn bewering kracht bij te zetten. “Mocht U in de toekomst weer problemen hebben, dan belt U maar”, zo kregen we van de monteur te horen die we nog een senseootje aanboden als dank voor zijn bewezen dienst.

We zullen afwachten, Dorpsklanken gaat even op vakantie, in plaats van stukjes schrijven kan Uw columnist mooi de wastrommel vullen!

Tot over drie weken!