De voorbereidingen voor het corso zijn weer in volle gang. De komende tijd besteedt Dorpsklanken weer aandacht aan de corsowijken. Vorig jaar hadden we aandacht voor de vrijwilligers die meehielpen aan het bouwen van de corsowagens. Dit jaar interviewen we de voorzitters en de ontwerpers. Deze keer is de wijk Rond de Wieken aan de beurt.

De voorzitter

In de wieg gelegd
‘Wanneer ben je met het corso begonnen?” “Nou, ik ben er mee geboren!” antwoordt voorzitter Erik Snijder prompt. Het vermoeden dat Erik wellicht op een corsowagen het eerste levenslicht aanschouwde wordt net zo prompt ontzenuwd: “Zo erg was het niet. Mijn ouders waren vroeger vrijwilliger bij De Wieken. De kinderwagen stond soms op een meter afstand van de wagen. Het kon dus haast niet anders of het corsogevoel moest wel overslaan!”

We kunnen dus wel stellen dat Erik al vanaf zijn geboorte corsomedewerker is. En dat is al 44 jaar het geval. Natuurlijk pakte hij als kind alle gelegenheden aan om mee te ‘helpen’ aan het bouwen van de wagen waar vader en moeder bij betrokken waren. “In mijn jeugd was er binnen

de wijk een strakke hiërarchie onder de medewerkers. Kinderen mochten niets of heel weinig. Het waren vooral kleine klusjes die ik mocht uitvoeren. Gaandeweg de jaren breidden de werkzaamheden zich steeds meer uit. Nu is dat wel anders. We hebben in onze wijk geen kindercorsowagen meer. De kinderen willen allemaal meehelpen bij het echte werk… Bovendien is onze corsowijk maar klein, dus alle hulp is welkom!
We hebben een vaste ploeg medewerkers van ongeveer 25 mensen. Op de avond voor corsozaterdag zijn we meestal met zo’n 80 personen”. Het ontwerp van een corsowagen moet wel uitgevoerd kunnen worden door het aantal beschikbare medewerkers, legt Erik uit. Als er geen helpende handen genoeg zijn dan wordt in onderling overleg het ontwerp van de wagen aangepast.

Bij het uitzoeken van de tekeningen voor een komend corso wordt ook wel rekening gehouden met de uitvoerbaarheid van het gekozen thema. Zo is het laswerk voor het ontwerp van dit jaar, ‘De Moulin Rouge’, niet al te ingewikkeld. Mocht het laswerk wat meer vaardigheden vereisen dan worden er geen specialisten ingevlogen. Erik: “De specialisten? Dat zijn we zelf. De oudgedienden brengen de jongere medewerkers de fijne kneepjes bij. Ik ben zelf nog op cursus geweest bij de nestor van de corsolassers, Henk Brilman.”

Lief en leed
Erik is vanaf zijn geboorte al bij het bouwen van de wagen betrokken. Wat maakt dat hij het al zoveel jaren volhoudt? “Het is vooral de gezelligheid. We vormen met elkaar een mooie club. De vaste kern komt ook bij elkaar op verjaardagen. Ook organiseren we samen met regelmaat een feestje. Je kun wel stellen dat we lief en leed met elkaar delen!”

Toch kent Erik ook momenten dat hij het corso even zat is. “Halverwege het seizoen kijk ik wel eens op tegen de bult van werkzaamheden die nog gedaan moeten worden”.  Als het werk op z’n eind loopt wordt er ook wel eens achter de oren gekrabd. Het gebeurt regelmatig dat er op de laatste avond nog flink moet worden aangepoot om de wagen op tijd af te krijgen Die spanning hoort er een beetje bij en geeft ook wel een kick. Erik: “Eén keer waren in de corsonacht om 3.00 u. klaar met de wagen. Dat vond ik maar niks want dan zit je een paar uur op de stoel te wachten tot de wagen uit de tent kan worden gereden…”

Ervaren lassers
Erik is niet alleen bouwer en lasser. Hij is ook voorzitter van de wijk. Vóór hij dat werd zat hij al een aantal jaren in het wijkbestuur als technische man. “Toen mijn voorganger ermee stopte moest iemand het overnemen. Ik dacht bij mezelf: laat ik dat maar gaan doen…” In zijn functie als technische man begeleidt Erik vooral het laswerk. De onderdelen van de wagen moeten wel in een goede onderlinge verhouding zijn.

In het ontwerp wordt daarom op schaal gewerkt. Het is aan de lassers om daar rekening mee te houden. Niet altijd wordt daarbij op strenge wijze naar wat het ontwerp aangeeft: “We bedenken zelf ook wel een schaal hoor als we aan het werk zijn”, gniffelt Erik. Die opmerking betekent niet dat lassers zich er met een Jantje van Leiden van af maken. Integendeel. Bedoeld wordt dat een zee aan ervaring ieder jaar leidt tot vakwerk als basis voor de prachtige creaties die tijdens het corso getoond worden.

Natuurlijk is tijdens het werken aan de wagen sprake van een kritische houding; het resultaat moet de hoop op een hoge notering door de jury kunnen rechtvaardigen. Aan de andere kant moet het wel leuk blijven: “Gezelligheid en onderlinge waardering staan bij ons hoog in het vaandel. Al we hoog in de prijzen eindigen is dat mooi, maar het is voor ons niet de hoofdzaak”, tekent Erik de sfeer en samenwerking in de wijk.

Het geld
Voor het bouwen van een corsowagen is geld nodig. Naast een bijdrage van het corsobestuur is de wijk afhankelijk van sponsoren. Dit jaar is er voor het eerst een sponsorcommissie ingesteld. Er is een professioneel plan om geld binnen te halen.

In dit kader worden er bedrijven benaderd met de vraag of ze een sponsorpakket willen afnemen. Zo’n pakket biedt o.a. vrijkaarten voor het corso en een gezellige sponsoravond. Veel bedrijven hebben inmiddels positief op dit initiatief gereageerd. Daarnaast wordt er oud ijzer en oud papier ingezameld. Ook andere acties brengen geld in het laatje. Zo werden er voor Moederdag in de wijk bloemen aan de man/vrouw gebracht.

Stress maakt creatief
Als voorzitter heef Erik vooral een coördinerende taak. De grootste vinger in de pap is echter die van de arrangeur als het om vorm en kleur gaat. De ontwerper geeft vooral aanwijzingen tijdens het laswerk. Er wordt wel eens beweerd dat het corso in Eelde niet echt een dahliacorso meer is.

Die mening deelt Erik niet. Hij begrijpt de opmerking wel. “Vaak gebeurt het dat er op het laatste moment geen dahlia’s meer zijn die je nodig hebt, bijvoorbeeld vanwege de kleur. Er moet dan op het laatste moment gezocht worden naar een alternatief. Dat is enerzijds lastig, anderzijds leidt de stress die daardoor ontstaat ook tot grotere creativiteit. Dat is soms best spannend…”

Jong geleerd oud gedaan
Het krijgen van voldoende medewerkers blijft een zorg. Ook in de wijk Rond de Wieken is het daarom van belang om de jeugd enthousiast te maken voor het corso. “Veel medewerkers nemen hun kinderen mee naar de tent. Stapsgewijs mogen ze meehelpen aan de wagen en zoetjesaan raken sommigen gelukkig ook door het corsovirus besmet. Er zijn jongelui die hier nu al iedere avond aan het werk zijn”.

Met de kritiek dat het corso soms een oubollige indruk maakt is Erik het niet eens. “Het thema van een corsowagen moet wel herkenbaar zijn voor het publiek. Sommige ontwerpers gaan wel eens wat te ver. Bij sommige wagens denk ik wel eens ‘Wat is dat?’. Ondanks dat kan een abstract ontwerp wel voor een mooie voorstelling zorgen.”  Een traditioneel corso heeft zijn voorkeur. Op de vraag wat er zou moeten veranderen klinkt onomwonden: “Helemaal niks. Ik ben dik tevreden!”

De ontwerper

Toch geen grootspraak
Ontwerper Bas Littel is in het dagelijkse leven registeraccountant. Om zijn creativiteit een uitlaatklep te geven tekent hij graag. Enkele jaren geleden kwam tijdens een feestje het corso ter sprake. Tijdens dit gesprek riep Bas net iets te hard: “Hoe moeilijk kan het nou zijn om een wagen te ontwerpen?” Voor hij het wist werd hij enkele weken daarna uitgenodigd voor een ontwerpersvergadering. Inmiddels is hij alweer 6 jaar al ontwerper bij het corso betrokken. Desondanks voelt hij zich onder de ervaren mannen nog wel een ‘jonkie’: “Ik ben nog wel wat nat achter de oren, maar het begint te komen”, zegt hij.

Het voorwerk
Het ontwerpen van een wagen begint bij Bas met ‘pruttelen’. Zo rond de Kerstdagen is er meestal een globaal idee ontstaan dat daarna stapje voor stapje vorm krijgt. Het voorwerk is er ook op gericht kennis van het thema te krijgen.

De wagen van dit jaar heeft als thema ‘The Moulin Rouge’.  Als we over de voorbereiding van deze creatie komen te spreken beginnen de ogen van Bas te glimmen: “Ik ben in de ‘Moulin Rouge’ geweest, dat kan ik niet ontkennen en dat was geen straf!” Bas heeft voor z’n jongste ontwerp vooral naar de speelfilm over de rode molen in Parijs gekeken “De film sprak mij heel erg aan”, legt hij uit.

Het verhaal
De wagens die Bas ontwerpt, moeten wat hem betreft wel een verhaal vertellen. Dat is ook voor 

het komend corso niet anders. Als de wagen straks komt aanrijden moet het publiek als het ware de kunstenaarswijk Montmartre in lopen. Vervolgens komt de kijker terecht in een kroeg waren Parijse heren in het lang ‘au zinc’ zitten voor ze naar de show in de ’Moulin Rouge’ gaan.

De volgende scene laat een inkijk in de nachtclub zelf zien. “De toeschouwers zien straks cancan-danseressen in- en uitlopen en dansen.” Uiteindelijk is er een schommel waarin courtisane Satine (in de speelfilm gespeeld door Nicole Kidman) de toeschouwers verleidelijke blikken zal toewerpen. Haar minnaar Christian staat op een afstand verlekkerd naar het tafereel te kijken.

Natuurlijk zullen de wieken van de molen draaien. “Ik denk dat het een gaaf geheel gaat worden,” zegt Bas. Op de wagen zijn een aantal technische hoogstandjes verwerkt. Zo zullen de smeedijzeren poorten van de ‘Moulin Rouge’ voorzien worden van een draaimechanisme. Ook het laten draaien van de molen zag nog wat gepuzzel opleveren. De wagen zal 5 meter hoog worden, 4 meter breed en 12 lang.

De mensen
Bas: “Het leuke van het corso is dat ik steeds weer een andere wijk in rol. Iedere wijk is weer anders ’andere mensen, andere omstandigheden, andere ideeën, een andere sfeer”. Bij het maken van een ontwerp houdt Bas altijd rekening met wat de medewerkers kunnen en willen: “Ik zoek naar oplossingen, waarbij ik enerzijds bij mijn ontwerp kan blijven en anderzijds de mensen het gevoel kan geven dat er met hun mening en vaardigheden rekening gehouden wordt”.

Daarmee geeft Bas aan dat het corso vooral een festijn is dat door velen sámen tot stand wordt gebracht waarbij durf en creativiteit hoog in het vaandel staan. “De wijk moet het primaat hebben. De mensen steken er heel veel tijd in en daar moeten we terdege rekening mee houden”.

Bas vindt het bloemenfeest in Eelde het mooiste corso van het land vanwege de folklore en traditie waarmee het spektakel gepaard gaat. “De dynamiek van dit corso is ongeëvenaard en zorgt voor een ongelofelijke binding van mensen in het dorp!”

Foto’s: Johan Wolfard

Illustraties: Facebook Rond De Wieken