Wekelijks verhaalt Geert over zijn beslommeringen, zijn avonturen uit heden en verleden, zijn redelijk zorgeloze jeugd en alles wat maar in hem opkomt. U moet weten dat ik mijn hart regelmatig vasthoud, aangezien ik regelmatig figureer in deze stukjes. Leest u iets als ‘een buurjongen’ of ‘een kameraad van me’, dan weet ik, en nu ook u, dat ik dat ben. 😉 Ik ken Geert namelijk al bijna 40 van de 50 jaar.

Ja, ja, 50 jaar mensen, een gedenkwaardige leeftijd, heet dat niet Abraham? Geert wordt dat deze week. Zo kon het dan ook gebeuren dat ik een paar weken geleden ineens op het idee kwam om Geert eens te verrassen met een stukje schrijfwerk van mijn kant. Ik mailde Carla, ex-klasgenoot van ‘de Eelderschoul’ nu werkzaam voor de Dorpsklanken, die dit plan onmiddellijk omarmde en beloofde het met de redactie te zullen bespreken, waarvan akte. Aan de bak dus!

Tja, en dan zit ik nu achter de laptop om wat over Geert en de familie Stoffers te schrijven. Waar moet ik beginnen… Geert heeft er in de loop van de tijd al heel wat over op papier gezet, toch zijn er een aantal weetjes die ik ken en u (waarschijnlijk) nog niet. Daar gaan we:

Wist u bijvoorbeeld dat Geerts voorliefde voor snacks zó groot is dat hij, samen met zijn vriendengroepje op weg naar het Mexicaanse restaurant in de Peperstraat, eerst de FEBO aandeed op de Grote Markt, om een frikandel speciaal te scoren? En toen we ná de maaltijd, welke Geert maar zozo vond (“Wat benn’ dat veur zwaade boon’, wat is dat veur boudel, jong”) hij doodleuk een andere snacktent binnenliep en daar een broodje hamburger speciaal bestelde?

Maar wist u ook dat Geerts moeder Jannie (tante Jannie zoals ik haar noemde) een dusdanig groot hart had dat ze mij in huis nam tijdens de vakanties van mijn ouders? Ik bleef dan alleen thuis en tante Jannie was bang dat ik van de honger om zou komen. Haar stelregel was “Woar vief man kunn’eetn doar kunn’ zes het ook”, en er vervolgens geen cent voor willen hebben… En er dan nog bij bedenkend dat ze fantastisch kon koken? Ik snap de opgetrokken wenkbrauwen van Geert wel bij het aanschouwen van de zwarte bonen in de stad. 😉 Tante Jannies broene boon’ waren veel lekkerder, zeker weten!

Nog een weetje over Geert: ik heb enorm respect en bewondering voor de stuurmanskunsten van de beste man. Hij stuurt trucks van LZV formaat (Lang en Zwaar Vervoermiddel, 24 meter) door straten waar de gemiddelde personenautorijder zich al zou bedenken. Ik heb in het verleden vaak op de bijrijdersstoel gezeten, waarbij ik altijd met bewondering gekeken heb naar het vakmanschap waarmee hij bijvoorbeeld aanhangwagens achteruitreed. Nee niet die zaterdagmiddagbakjes voor snoeiafval, ik doel op een aanhanger met molenstel. U kent ze wel, die grote dingen achter

vrachtauto’s die de assen achter en vooraan de wagen hebben, waarbij de trekstang middels een driehoek aan het trekkende voertuig is bevestigd. Probeer dáár maar eens met goed fatsoen in z’n achteruit een bocht mee nemen. R-E-S-P-E-C-T ! Geerts tip: “Als je meer dan een kwart moet draaien met je stuurwiel, begin dan maar opnieuw…” Zoals gezegd, ik neem mijn petje er diep voor af.

Verder vond ik het heel bijzonder dat werkelijk álles kon in huize Stoffers. Wij zaten er bijna elke zaterdagavond tot diep in de nacht aan de achterkamertafel ‘te maljann’ zoals tante Jannie dat altijd noemde. 😉 Zo rond half 1 gingen Geerts ouders dan naar boven en wij bleven achter aan de tafel met de schemerlamp erboven.

Biertjes, een ‘stukkie dreuge worst’, een ‘blokkie kees derbie’, man man man, de gastvrijheid was overweldigend. Bijna ELKE week hè? Echter met de inname van het bier nam het stemvolume van, met name Geert, nogal toe en gebeurde het regelmatig dat we KLOPKLOPKLOP op het plafond hoorden. Geerts pap Thije werd het dan kennelijk te veel. De arme man sliep recht boven ons. 😉 Hij had een afgezaagde schepsteel naast het bed staan om eventuele insluipers te bewerken, maar die diende dus ook als attentiesignaal. Niet dat het op de zoon des huizes erg veel indruk maakte trouwens. 😉

Als ik daar de volgende dag dan met de nodige spijt aan refereerde, kwam er een lichte glimlach op Geerts pap ‘zien’ gezicht. Wát een vent! Het voelde dan ook als een mokerslag toen de beste man, nog maar net in de vijftig, plotseling overleed. Ik kan rustig zeggen dat dit één van de eerste keren was dat ik écht geraakt werd door het wegvallen van een familielid, want zó voelde het… Ik was er kapot van. Kun je nagaan hoe de familie zich heeft moeten voelen.

Een aantal jaren geleden overkwam het tante Jannie zelf. Ook zij viel weg en liet een gapend gat achter. Ik rijd nog wel eens over de Kluivingskampenweg en kijk steevast naar het huis waar ooit die tafel in de achterkamer stond. Die tafel waar wij de hele wereldproblematiek van het vallen van de muur, de Glasnost maar ook liefdesperikelen bespraken… wát een tijd!

Toen uiteindelijk het huis opgeruimd werd en de familie vroeg of ik het model van de Beechcraft Baron van de KLS onder mijn hoede wilde nemen, was ik enorm vereerd. Dit model ontving tante Jannie destijds uit handen van de directie van de KLM luchtvaartschool bij haar ambtsjubileum en stond altijd trots in de kamer. Een enorme eer zogezegd dat ik me daar over mocht ontfermen. Ik doopte hem om van Yankee Alpha naar Yannie Alpha…

Oh ja! Wist u trouwens dat Geert een groot liefhebber van het betere telefoongesprek was? Wij belden destijds regelmatig mensen voor een practical joke. Vaak kwam de inspiratie hiervoor in de kleine uurtjes. Ik kan me nog een keer herinneren dat er geopperd werd, om onze oude geschiedenisleraar van de MAVO te bellen.

Het was inmiddels gok ik een uur of half 2 in de nacht. De gids erbij gepakt (nee lieve kijkbuiskinderen, er was nog geen internet) en het nummer in Vries opgezocht. De telefoon ging ongelooflijk lang over…. Wij stelden voor maar neer te leggen, maar Geert hield stug vol. En jaa hoor, de krakende stem van de beste man klonk eindelijk in de hoorn.

Als een volleerd conferencier fantaseerde Geert er lustig op los. “Goedenavond meneer, u spreekt met buro Intomart. Wij doen onderzoek naar de verkeersveiligheid in de gemeente Vries, en houden zodoende een

enquête, bent u bereid daar aan mee te werken?” “Jaaa…”, kraakte het met een zwaar Drents accent in de hoorn, “MAAR NIET OP DIT TIJDSTIP!!!!” KLATS! De hoorn werd neergesmeten en wij lagen in een scheur aan de ronde tafel. Geert keek vergenoegzaam rond. “Nog een pilsje? Wie zullen we nog eens bellen…,” dát werk. Wat toch een heerlijke vent. 😉

Tja, ik kan nog wel even doorgaan natuurlijk, wat ik niet met die gast beleefd heb. Zoals gezegd, ik kan er boeken over schrijven, maar laten we wel zijn, dat kan Geert veel beter.

Geert mienjong, ik wens jou een hele fijne 50e verjaardag toe. Ik ben blij en trots je tot mijn vrienden te mogen rekenen, maar haal het niet in je hoofd MIJ ’s nachts te bellen met een of andere bullshit verhaal…

Ik hoop dat je 100 wordt topper!

Foto onder: Gert van Lingen