Kiezen in vrijheid was dit jaar het thema van de herdenking. “Stilstaan bij onze vrije democratische rechtsstaat. En de verantwoordelijkheid die we samen dragen om die te beschermen. Om vrijheid op waarde te kunnen schatten, moet je ook een idee hebben van hoe het is om onder het juk van een bezetter te leven. In oorlogstijd. Waarin die rechtsstaat buiten werking is gesteld. Waar je met elk tegengeluid álles op het spel kunt zetten.”

Burgemeester in oorlogstijd
Zo besprak Burgemeester Marcel Thijsen dit thema in de Dorpskerk in Eelde: “Natuurlijk kwamen veel mensen tijdens de oorlog voor die keuze te staan. Zo ook in het openbaar bestuur. Wat als je burgemeester zonder Nazisympathieën was? Je kon opstappen, maar dan wist je dat je plek door een NSB’er werd ingenomen. Of je hield je aan de regels van de bezetter en probeerde als burgervader nog enige vorm van bescherming te bieden aan je inwoners, zoals burgemeester Roukema van Zuidlaren.” Roukema, die in 1941 werd aangesteld, pleegde in het gemeentehuis verzet tegen de machthebber. In 1944 werd hij gearresteerd, werd uiteindelijk bevrijd door de Knokploeg Noord-Drenthe, overleefde de oorlog en keerde terug als burgemeester tot aan zijn pensionering in 1975.

Wat zou u doen?
Thijsen tegen de toehoorders: “Als u voor de keuze zou komen te staan, wat zou u dan doen? Zou u verzet plegen? Met het risico om opgepakt te worden of uw baan te verliezen? Of erger: te worden doodgeschoten of in een concentratiekamp om het leven te komen? Net als de meesten van ons heb ik de Tweede Wereldoorlog niet zelf meegemaakt. Maar ik durf te stellen dat die keuze veel moelijker is dan wij denken.”

Samen leven
Terugkomend op de tijd waarin we nu leven, de vrijheid waarin we verkeren en waarin we overal een mening over mogen hebben en we nagenoeg alles zelf mogen bepalen. Opkomen voor die vrijheid is voor onze burgemeester een grote verantwoordelijkheid, die we met zijn allen dragen. Om dit aspect te benadrukken haalde hij  de Joods-Duitse filosofe Hannah Arendt aan, die – tegen het licht van de huidige tijd bezien nog altijd betekenisvol – schreef dat mens en maatschappij pas tot ontwikkeling komen als je blijft nadenken en open staat voor de kritische ander. “Samenleving = samen leven. En dat betekent ook in gesprek gaan met elkaar. Met respect en waardering voor elkaars standpunten. De diversiteit van meningen maakt ons land mooi. Daar en daar alleen worden we samen sterker van,” aldus de burgemeester.

Politie Hoving
Na burgemeester Thijsen werd het spreekgestoelte ingenomen door Geert Hoving. Geert (1949) was door het Herdenkingscomité gevraagd te vertellen over de oorlogstijd van zijn vader Dolf Hoving. Dolf Hoving (1913, Schoonoord) kwam in 1948 als politieagent naar de Gemeente Eelde. Over zijn oorlogsverleden schreef ‘Politie Hoving’ de laatste jaren van zijn leven tientallen brieven, die goed bewaard zijn gebleven en tezamen met de verhalen, die hij vertelde een goed beeld geven van zijn verzetsleven. En omdat velen uit Eelde de voormalige politieman of wel goedschiks dan wel kwaadschiks hebben gekend, volgt hier zijn verhaal In dit verhaal wordt duidelijk dat de keuzes die je maakt bepalen aan welke kant van de geschiedenis je belandt.

Geert Hoving: “…Omdat er oorlogsdreiging was, werd mijn vader – die hoefsmid was – in augustus 1939 voor mobilisatie opgeroepen naar Voorburg om daar hoefsmeden voor het veldleger bij te scholen. Bij het uitbreken van de oorlog was hij gelegerd in Middelburg. Na de overgave op 10 mei 1940 werd in Zeeland nog een aantal dagen doorgevochten. Het plan was om na de capitulatie vanuit Vlissingen naar Engeland te gaan, maar omdat de haven was gebombardeerd ging dat niet door en kwam mijn vader met de andere soldaten in krijgsgevangenschap. Drie maanden later keerde hij terug naar Borger om weer als hoefsmid te gaan werken en in het verzet te gaan. In eerste instantie deed hij dat op eigen houtje en in overleg met de dierenarts dr. Geertsema, die hem bijvoorbeeld adviseerde een steentje tussen de hoef en het ijzer van de door de Duitsers gevorderde paarden te doen, waardoor ze kreupel werden of stijf liepen.”

Verzetsgroep
“Vrij snel daarna werd mijn vader opgenomen in de verzetsgroep van Rendert de Poel, die hoofd van het arbeidsbureau was. Het doel was zoveel mogelijk te saboteren en mensen te helpen onder te duiken. De Poel en huisarts dr. Oeseburg hebben er overigens voor gezorgd dat mijn vader tot drie keer toe werd afgekeurd om tewerkgesteld te worden in Duitsland. Zo heeft hij zich op meerdere terreinen kunnen inzetten in illegaal militair verband.

Naast sabotage aan door de Duitsers gebruikte machines en het vernielen van telefoonleidingen, zwierf mijn vader als koerier voor de OD (Ordedienst) door een groot deel van de provincie. Hij had een belangrijke post in het waarschuwingssysteem voor op handen zijnde razzia’s door contacten met de commandanten uit Assen, Borger en Emmen. Hij bood hulp aan onderduikers door hen van de ene naar een andere plaats over te brengen als er weer een inval op komst was. Zo werd bijvoorbeeld verhinderd dat zes spoorwegambtenaren gearresteerd werden. Ook verzorgde en transporteerde mijn vader geallieerde piloten en soldaten naar onderduikadressen in de provincie. Dat gebeurde meestal te voet of per fiets. Zo vervoerde hij de 70-jarige moeder van Rendert de Poel, toen zij moest onderduiken, op de fiets van Borger naar Grijpskerk, een route van 60 km.

Een riskante bezigheid was het vervoeren en verbergen van wapens in een omgeving die vol zat met Duitsers. Mijn vader instrueerde overigens ook mede KP-leden (Knokploeg) in het hanteren van deze wapens en handgranaten. De Duitsers verdachten hem overigens wel en deden een aantal keren huiszoeking, maar vonden niets.

In 1943, na een mislukte poging tot brandstichting in het gemeentehuis van Exloo door leden van de verzetsgroep van Rendert de Poel werd een groot deel van deze KP geliquideerd. Mijn vader was daar niet bij. Hij richtte onmiddellijk samen met dr. Geertsema een nieuwe knokploeg op, waarvan hij commandant werd. Na de arrestatie van Geertsema in 1944 nam mijn vader zijn taak in de BS (Binnenlandse Strijdkrachten) over en werd districtscommandant van de stoottroepen. Bijzonder was dat mijn vader van een mede- verzetsgroepslid een Ausweis met een Duits stempel had gekregen. Dat gaf hem een bepaald gevoel van vrijheid, omdat hij op deze wijze op meerdere fronten actief kon zijn. Tot op zekere hoogte een keuze voor vrijheid.”

John Olivier
“Een week voor de bevrijding sloot mijn vader zich aan bij de Franse paratroepen die in de omgeving van Borger geland waren. Hier had hij de schuilnaam John Olivier. Bij een vuurgevecht met de Duitsers werden twee para’s gewond. Mijn vader bracht ze naar een hol in het bos om verzorgd te worden. Daarbij stuitten ze op twee Duitse SD’ers, die door mijn vader werden gedood. Hij heeft daarbij waarschijnlijk een lijst onderschept met namen van 20 mensen die gefusilleerd zouden worden. Een aanwijzing daarvan vond ik in een handgeschreven brief uit 1946 van Adjudant Veld over mijn vader, waarin deze onder meer schrijft: Het neerschieten van 2 SD’ers, waardoor enige vooraanstaande burgers waaronder de arts G. Oeseburg aan arrestatie en een wisse dood ontkwamen. Het was geen keuze, het was een kwestie van doden of gedood worden. Over het neerschieten van de twee Duitsers had hij ons vele malen verteld, niet met trots, maar juist omdat het hem zo bezig hield.

Deze ingrijpende gebeurtenis kwam weer aan het licht in juli 2013 door een artikel van Berndt Otter in het Dagblad van het Noorden getiteld: Smidsknecht uit Borger voorkwam executie. We waren verrast: het ging over onze vader in de oorlog. De historische vereniging van Odoorn had een dubbel massagraf blootgelegd en wilde deze geschiedkundige plek voor de toekomst conserveren. Het dubbele graf was namelijk leeg, vermoedelijk doordat mijn vader de twee SD’ers had gedood. In maart 2014 werd deze plek officieel onthuld en de zorg ervoor aan de kinderen van de Daltonschool uit Ees overgedragen. Op de school maakt het sindsdien deel uit van het lespakket over oorlog en vrijheid.

Bijzonder treffend was dat na de onthulling een van de leerlingen door een journalist werd gevraagd: Vind je het nou niet erg dat er hiervoor twee Duitsers werden gedood? Jawel, zei de jongen, maar er zijn 20 mensen in leven gebleven, dat zijn er dus 18 meer.

Onderscheidingen
“Voor zijn daden ontving mijn vader onderscheidingen van de Amerikaanse en Britse regering voor het helpen van geallieerden en werd hij erelid van de Royal Air Force Escaping Society. In Nederland kreeg hij namens Prins Bernhard het oorlogsverzetskruis. Voor hem ging een wens in vervulling toen hij na de oorlog op voordracht van adjudant Veld als waardering voor zijn inzet voor het verzet, een functie kreeg als politieagent.”

Foto’s:
In de volle Dorpskerk vertelde Geert Hoving over het verzetsleven van zijn vader Dolf Hoving (boven)

De stoet wordt geformeerd voor de gang naar de Oude begraafplaats (midden)

Samen met twee kinderen van Obs Ter Borch legt Burgemeester Thijsen bloemen bij het monument van de verongelukte Engelse vliegers in Eelderwolde (onder)

Wilt u alle foto’s van de herdenkingen op 4 mei bekijken? Klik dan hier.